Paus Franciscus overleed volgens Vaticaan aan beroerte gevolgd door hartfalen
Paus Franciscus (88) overleed maandagochtend aan een beroerte, gevolgd door onomkeerbaar hartfalen. Dat meldt het Vaticaan in een officiële verklaring. De dubbele longontsteking waarvoor hij recent in het ziekenhuis lag, is dus niet de directe doodsoorzaak.
In de akte, die door het Vaticaan is gepubliceerd, staat dat de paus maandagochtend in coma raakte na een herseninfarct. Hij kreeg vervolgens onherstelbaar hartfalen.
In februari van dit jaar werd Franciscus opgenomen in het ziekenhuis vanwege een dubbele longontsteking en tekenen van beginnend nierfalen. Na vijf weken kon hij het ziekenhuis verlaten, maar zijn gezondheid bleef broos.
Tijdens de vieringen op Eerste Paasdag verscheen hij nog in een rolstoel op het Sint-Pietersplein, al bleef zijn fysieke toestand zichtbaar verzwakt. Nog geen 24 uur later maakte het Vaticaan zijn overlijden bekend.
Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio in het Argentijnse Buenos Aires, werd in 2013 gekozen tot paus, als opvolger van Benedictus XVI. Hij was de eerste paus uit Zuid-Amerika en de eerste jezuïet die het hoogste ambt binnen de rooms-katholieke kerk bekleedde.
Franciscus overleed maandagochtend op 88-jarige leeftijd. De datum van zijn uitvaart is nog niet aangekondigd. Volgens het pauselijk protocol vindt de begrafenis doorgaans binnen vier tot zes dagen na het overlijden plaats.
Vaticaan publiceert testament van Franciscus
In de tekst staat ook dat hij begraven wil worden "in de grond, zonder grafversiering". Op zijn graf moet alleen de inscriptie van zijn pauselijke naam in het Latijn komen te staan. Dat is Franciscus.


