NAVO-top in Den Haag valt bijna twee keer zo duur uit als verwacht
De NAVO-top die eind juni in Den Haag plaatsvindt, valt bijna twee keer zo duur uit als verwacht. Het kabinet rekent voorlopig op 183,4 miljoen euro aan kosten. Dat is fors meer dan de 95 miljoen euro die eerder werd genoemd.
Vier ministeries trekken vanwege de top extra geld uit. Justitie en Veiligheid draagt 81,7 miljoen bij, Binnenlandse Zaken 53 miljoen, Defensie 42,6 miljoen en Infrastructuur en Waterstaat 6,1 miljoen.
Sinds die bijeenkomst in 2014 zijn de gevaren voor leiders van westerse landen aanzienlijk toegenomen. Daarom is de beveiliging eind juni een stuk zwaarder dan bij de vorige grote top in Den Haag.
Meer gasten en extra bijeenkomsten
Er zijn ook meer gasten te beveiligen. De tientallen wereldleiders die naar Den Haag komen, reizen nu met een veel groter gevolg. De woordvoerder benadrukt dat die ministers, diplomaten en journalisten ook allemaal onderdak nodig hebben. Ook zijn beveiligers en al het benodigde materieel door inflatie en personeelsschaarste duurder geworden dan elf jaar terug.
Er zijn ook nog extra bijeenkomsten toegevoegd aan de top. Zo komt onder meer de defensie-industrie samen op een soort wapenbeurs. De NAVO wil dat de productie van wapens wordt opgevoerd voor een herbewapening van NAVO-landen.
De NAVO-top vindt plaats op 24 en 25 juni. Er komen 45 regeringsleiders, 90 ministers en 8.000 delegatieleden en journalisten naar Den Haag voor de top. Er worden zeker 27.000 politieagenten en 10.000 militairen ingezet.
