Verdachte Southport drie keer afgewezen voor antiradicaliseringsprogramma
De achttienjarige verdachte van het doodsteken van drie meisjes in Southport is voor de steekpartij drie keer afgewezen voor een overheidsprogramma tegen radicalisering. "Dat oordeel was duidelijk verkeerd", stelt de Britse premier Keir Starmer dinsdag.
Het Britse ministerie van Binnenlandse Zaken is daarom maandag begonnen met een onderzoek naar de steekpartij van afgelopen zomer. Het onderzoek richt zich op onder meer het falen van overheidsinstanties "dat eerlijk gezegd van de pagina's spat", stelt de Britse premier.
"Terrorisme is veranderd", zegt Starmer. Goed georganiseerde organisaties als Al Qaida met een duidelijk politiek doel vormen nog steeds een bedreiging. "Maar nu zien we daarnaast extreme gewelddaden die gepleegd worden door eenlingen, buitenbeentjes, jonge mannen in hun slaapkamer met toegang tot allerlei materiaal online, wanhopig om berucht te worden."
Starmer zegt dat hij expres eerder niets over de zaak heeft gezegd, omdat hij de rechtszaak niet wilde beïnvloeden. Als hij te vroeg informatie had geopenbaard was hij bang dat daardoor "de verachtelijke persoon die deze misdaden heeft gepleegd op vrije voeten" zou zijn gekomen.
In Southport werden in juli drie meisjes van negen jaar doodgestoken. Tien mensen raakten gewond. De achttienjarige verdachte bekende gisteren dat hij schuldig is. In december verklaarde hij nog onschuldig te zijn.
De verdachte is drie keer aangeklaagd voor moord, tien keer voor poging tot moord en ook voor het bezit van een mes. Daarnaast wordt hij verdacht van het maken van een dodelijk gifmengsel met het doel een terroristische aanslag te plegen. De rechter spreekt donderdag een straf uit.
De steekpartij in het noorden van Engeland leidde tot veel verontwaardiging in het land. In de dagen na de aanval braken op meerdere plekken rellen uit.

