Polen en Oekraïne leggen ruzie bij over afslachting 100.000 Polen tijdens WO II
Polen en Oekraïne zijn sterke bondgenoten. Toch hing er tot nu toe een donkere wolk boven hun bondgenootschap vanwege het zogeheten Wolyniëbloedbad, dat plaatsvond in de gelijknamige regio en Oost-Galicië. Daarbij doodden Oekraïense nationalisten tussen 1943 en 1945 100.000 Polen.
De Poolse premier Donald Tusk en de Oekraïense president Volodymyr Zelensky ontmoetten elkaar woensdag in Warschau. De twee landen hebben een gemeenschappelijke taal en methode gevonden om samen in actie te komen rond het Wolyniëbloedbad en "andere gevoelige dramatische kwesties" in de geschiedenis van de twee landen, zei Tusk. Die vereisen volgens de Poolse premier empathie van Oekraïne richting Polen.
Oekraïne heeft ingestemd met het opgraven van de lichamen van de eerste Poolse slachtoffers. Die kunnen dan begraven worden door hun families. Tusk spreekt van een doorbraak.
Zelensky en Tusk beloofden elkaar ook een "constructieve historische dialoog" te blijven voeren.
Bloedbad moest voorkomen dat Wolynië bij Polen kwam
Wolynië is een regio in het noordwesten van Oekraïne. In het westen grenst het aan Polen, in het noorden aan Belarus. De regio werd eerst door de Sovjet-Unie bezet en daarna door de Duitsers. Tussen 1943 en 1945 vermoordden Oekraïense nationalisten tienduizenden Polen om te voorkomen dat het gebied onderdeel werd van het naoorlogse Polen.
Tussen juli en augustus 1943 werden 40.000 tot 60.000 Polen vermoord in Wolynië, onder wie veel vrouwen en kinderen. In de nabijgelegen regio Oost-Galicië werden later nog eens 40.000 Polen vermoord. Mensen die slachtoffers probeerden te helpen, werden ook gedood.
Poolse troepen doodden volgens geschiedkundigen vervolgens tienduizend Oekraïners als wraak.
