Australische staat die celstraf voor 10-jarigen afschafte draait besluit terug
In het noorden van Australië wordt de beslissing om de minimumleeftijd voor celstraffen te verhogen van tien naar twaalf jaar teruggedraaid. Volgens de oppositie is er bij jeugddetentie sprake van ongelijkheid, omdat kinderen van Aboriginals veel vaker vastzitten.
De beslissing wordt teruggedraaid door de nieuwe regering in het Noordelijke Territorium, zoals de deelstaat in het noorden van Australië wordt genoemd. De regering wordt gevormd door de Country Liberal Party, die campagne voerde met de belofte voor strengere straffen.
Als kinderen hebben vastgezeten, is de kans groter dat ze op latere leeftijd opnieuw in de fout gaan. Bovendien heeft jeugdgevangenschap slechte invloed op hun gezondheid, onderwijs en baankansen. Daarom roepen tegenstanders van de verhoogde minimumleeftijd op om effectievere maatregelen te nemen om jeugdcriminaliteit aan te pakken, zoals betere begeleiding om op het goede pad te blijven.
Oppositiepartijen in de deelstaat wijzen er daarnaast op dat de maatregel vooral effect heeft op kinderen van Aboriginals. Volgens de oorspronkelijke bewoners komt dat omdat ze ongelijk behandeld worden. Zo krijgen kinderen van Aboriginals na een aanhouding minder vaak een waarschuwing, worden ze vaker aangeklaagd en vaker in voorlopige hechtenis genomen.
In alle deelstaten van Australië wordt erover gedacht om de minimumleeftijd voor celstraffen te verhogen van tien tot veertien jaar. Daarmee zou de minimumleeftijd in lijn komen met andere westerse landen en het advies van de VN. Maar alleen de deelstaat rondom hoofdstad Canberra heeft de leeftijdsverhoging al doorgevoerd.
