Levens van vierduizend Spaanse coronapatiënten konden mogelijk gered worden
De levens van meer dan vierduizend coronapatiënten in verzorgingstehuizen in Madrid hadden mogelijk gered kunnen worden. De regionale overheid had moeten toestaan dat ze in een normaal ziekenhuis werden behandeld in de eerste maanden van de pandemie, stelt een onderzoekscommissie.
In maart en april 2020 overleden in totaal 9.470 mensen in verzorgingstehuizen in Madrid. Dat komt neer op ongeveer één van de vijf bewoners. "Ze overleden terwijl ze zich vastklampten aan de tralies van hun bed, terwijl ze probeerden te ademen", zei een van de medewerkers tegen de onderzoekscommissie.
Kans op overleven was groter in ziekenhuis
Het sterftecijfer ligt ver boven dat in andere Spaanse regio's. Volgens het afgelopen maand gepubliceerde rapport van de coronacommissie werd het overgrote deel van de overledenen niet in het ziekenhuis behandeld. Het ging om zo'n 7.300 patiënten.
Volgens de commissie daalde het aantal patiënten dat vanuit verzorgingstehuizen naar het ziekenhuis werd gebracht in maart 2020. In die maand steeg het aantal coronabesmettingen juist sterk.
Verzorgingstehuizen die te maken hadden met personeelstekorten, een gebrek aan zuurstofmaskers of een gebrek aan de juiste medicijnen voor coronabehandelingen zouden aan hun lot zijn overgelaten.
Van de mensen die wél werden overgebracht naar het ziekenhuis, overleefde 65 procent. Dat blijkt uit cijfers die de commissie verzamelde. Het suggereert dat veel van de coronapatiënten in Madrid gered hadden kunnen worden, als ze toch in het ziekenhuis waren behandeld.
Madrid startte eerder zelf een onderzoek
Het bestuur van Madrid startte eerder een onderzoek naar het hoge sterftecijfer tijdens de coronapandemie. Maar dat onderzoek werd gestaakt vanwege vervroegde verkiezingen in 2021.
Toen burgers vergeefs vroegen of dat onderzoek weer kon worden voortgezet, richtten ze de onderzoekscommissie op. Dat gebeurde onder leiding van een voormalige rechter van het Spaanse hooggerechtshof.
