VN-chef, Arabische landen en wereldleiders veroordelen aanval in Moskou
Secretaris-generaal van de Verenigde Naties António Guterres heeft de aanslag op een muziekcomplex in Moskou vrijdag "in de sterkst mogelijke bewoordingen" veroordeeld. Ook Arabische landen en enkele wereldleiders hebben met afschuw gereageerd.
Bij de aanslag kwamen minstens 60 mensen om en raakten ruim 145 mensen gewond. Tientallen van hen verkeren in kritieke toestand. De aanslag is door terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) opgeëist. De Russische autoriteiten hebben nog niets bekendgemaakt over de daders, en dus ook niet of de daders inderdaad gelinkt kunnen worden aan IS.
"De secretaris-generaal betuigt de nabestaanden, het volk en de regering van de Russische Federatie zijn diepe medeleven. Hij wenst de gewonden een spoedig herstel", zei VN-woordvoerder Farhan Haq in een verklaring.
De Franse president Emmanuel Macron heeft gezegd dat hij "de door Islamitische Staat opgeëiste terroristische aanval krachtig veroordeelt". Macron zei verder in de verklaring dat Frankrijk solidair is "met de slachtoffers, hun geliefden en het hele Russische volk".
De Hongaarse premier Viktor Orbán, zijn Italiaanse ambtgenoot Giorgia Meloni, de Indiase premier Narendra Modi en het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken deelden een vergelijkbare boodschap.
Arabische landen veroordelen aanval bij Moskou
De Verenigde Arabische Emiraten spraken van "criminele daden" en wezen in hun verklaring "alle vormen van geweld en terrorisme die de veiligheid en stabiliteit bedreigen en in strijd zijn met het internationale recht" af.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Saoedi-Arabië hekelde de aanval en condoleerde de families van de omgekomen slachtoffers, de Russische regering en het Russische volk. Het Saoedische ministerie verklaarde verder dat het belangrijk is om alle vormen van extremisme en terrorisme te bestrijden.
Het Egyptische ministerie van Buitenlandse Zaken sprak zijn volledige solidariteit uit met Rusland. Ook het Jordaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, Syrië en het bestuur van de Palestijnse Gebieden veroordeelden de aanval.


