Europese Commissie acht Bosnië klaar voor toetredingsgesprekken met de EU
Bosnië en Herzegovina is volgens de Europese Commissie klaar om te beginnen aan toetredingsonderhandelingen met de Europese Unie. De Commissie gaat de leiders van de EU-landen aanbevelen om het Balkanland daar toestemming voor te geven.
Dat zei Europese Commissie-voorzitter Ursula von der Leyen maandag tijdens een toespraak in het Europees Parlement.
"Vandaag zullen we besluiten de raad aan te bevelen toetredingsonderhandelingen met Bosnië en Herzegovina te openen", zei Von der Leyen. Volgens haar is het land "natuurlijk" nog niet waar het moet zijn, maar heeft het wel "indrukwekkende stappen" in de richting van de EU gezet.
Bosnië staat al lang in de wacht voor het EU-lidmaatschap. Het land diende in februari 2016 al een verzoek in. Sinds december 2022 heeft Bosnië de status van kandidaat-lidstaat, maar het land moest nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen voordat de onderhandelingen daadwerkelijk konden beginnen. Zo moest het meer doen aan de hervorming van de rechtsstaat en de democratie. De aanpak van witwaspraktijken was daar een voorbeeld van.
Tijd begon te dringen voor Bosnië
Maar sinds de oorlog in Oekraïne voelt de EU de noodzaak om niet-EU-landen naar zich toe te trekken. Vorig jaar december gaven de EU-leiders Oekraïne en Moldavië groen licht om aan de onderhandelingen te beginnen. Bosnië kreeg daar ook zicht op, maar het land moest nog wel aan een aantal voorwaarden voldoen.
Demissionair premier Mark Rutte zei eind januari in de Bosnische hoofdstad Sarajevo nog dat het land niet klaar was voor toetredingsonderhandelingen. Rutte was daar met onder anderen Von der Leyen aanwezig om de regering aan te moedigen om snel aan die voorwaarden te voldoen.
De tijd voor Bosnië begon namelijk te dringen. Als het land aan de voorwaarden voldeed, konden in maart namelijk te gesprekken beginnen, zoals nu het geval is. Maar als Bosnië dan nog altijd niet aan de voorwaarden zou voldoen, werd alles mogelijk weer een jaar opgeschoven. Europese besluitvorming ligt vanwege de verkiezingen voor het Europees Parlement namelijk stil vanaf april.

