NU+ Catastrofale honger in Gaza: 'Terwijl McDonald's op 20 minuten rijden zit'
De spreekwoordelijke noodklok over een humanitaire ramp in Gaza luidt keer op keer. Wie hem vandaag niet hoort, kan morgen nog eens goed luisteren. "Het is een catastrofe", zeggen hulporganisaties. Maar hoelang kun je die noodklok blijven luiden? Heeft het nog wel zin?
"Hulporganisaties kunnen niet stoppen met het luiden van de noodklok", zegt Thea Hilhorst, hoogleraar Humanitaire Studies bij het International Institute of Social Sciences. "Er is geld voor hulp aan Gaza, er zijn mensen, maar er is geen toegang. En daarvoor zijn internationale partijen nodig."
VN-chef António Guterres roept het regelmatig: de situatie in Gaza is "bijzonder alarmerend" en er zijn "onnoemlijke gevolgen voor honderdduizenden Palestijnen". Het is een ware humanitaire catastrofe, vat Hilhorst samen. Het is volgens haar maar goed dat ook Guterres dag in, dag uit blijft benadrukken dat de Gazanen in hoge nood verkeren.
Dat vinden de hulporganisaties zelf - uiteraard - ook. "We denken telkens dat we de bodem hebben bereikt: het kan niet erger. Maar dan blijkt toch weer dat er ergens een luik opengaat en het nog erger wordt", zegt Mirjam van Dorssen tegen NU.nl. Zij is bij Oxfam Novib landendirecteur voor Israël en de Palestijnse Gebieden.
'Noodklok is van levensbelang'
Maar als de situatie alleen maar erger wordt, heeft het dan wel nut om de noodklok te blijven luiden? "Absoluut", klinkt het unaniem. "De roep is het werk van hulporganisaties, maar ze kunnen ook niets anders dan het probleem onder de aandacht brengen. Die roep is belangrijk om het probleem op de politieke agenda te krijgen", zegt Anne de Jong, docent Antropologie op de Universiteit van Amsterdam. Zij is gespecialiseerd in mensenrechten en het Israëlisch-Palestijns conflict.
"Er is internationale verantwoordelijkheid nodig voor deze ramp. Want zolang het geweld doorgaat, zijn burgers niet veilig en kunnen hulporganisaties hun werk niet doen", zegt Van Dorssen. Het is dus van levensbelang.
De noodklok blijft luiden tot de internationale gemeenschap met een "adequate respons" komt, meent Hilhorst. Maar die blijft tot nu toe uit. "Er wordt waarschijnlijk binnenskamers wel veel druk uitgeoefend, maar er zijn te weinig internationale politici die hardop eisen dat er een staakt-het-vuren komt zodat de burgers van Gaza geholpen kunnen worden."
Kinderen in Rafah wachten op voedsel. | Beeld: ReutersNoodhulp door VN-hulporganisatie voor Palestijnse vluchtelingen (UNRWA) dreigt te stoppen
Boodschap klinkt vanuit burgers, maar politiek beweegt amper mee
Tot een echte ommezwaai heeft de roep dus niet geleid. Toch lijkt de boodschap langzaam door te dringen. "Zo heeft Frankrijk een militaire ziekenhuisboot voor de kust liggen, waar kinderen die specialistische zorg nodig hebben, worden behandeld", weet De Jong.
Ook hebben Nederland en Jordanië voedsel- en medicijnpakketten gedropt in Gaza. Hoewel de media daarover hebben bericht, geven politici er niet veel aandacht aan. De druk om iets te doen neemt ook toe vanuit de bevolking van westerse landen. In veel landen zijn protesten geweest waarbij gedemonstreerd werd voor de veiligheid van Palestijnse burgers.
Dat is volgens De Jong een mooie weergave van de spagaat waarin veel landen zich bevinden. "Steeds meer westerse landen voelen wel dat dit echt niet kan, maar ze willen ook trouw blijven aan bondgenoot Israël."

