Verbod op rituele slacht is volgens mensenrechtenhof geen discriminatie
Het verbod op ritueel slachten is niet in strijd met de godsdienstvrijheid of het discriminatieverbod, oordeelt het Europese mensenrechtenhof. De zaak was aangespannen door Belgische organisaties, maar de uitspraak geldt ook voor Nederland.
Belgische moslimorganisaties en burgers die ritueel geslacht vlees willen blijven eten, hadden de zaak aangespannen.
Volgens de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens mochten de Vlaamse en Waalse overheid het verbod op ritueel slachten invoeren. De wetgeving is namelijk niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Volgens het Hof is de wet tegen onverdoofd slachten belangrijk voor het welzijn van dieren. In de maatschappij is er steeds meer aandacht voor dierenleed en het verbod past daarbij.
Doordat Nederland ook onder het Europees Hof voor de Rechten van de Mens valt, geldt het vonnis ook voor ons land.
In Nederland moet een dier bewusteloos zijn voor de slacht. In vaktermen heet dat bedwelmd. Voor slachten volgens de joodse of islamitische rituelen geldt een uitzondering. Daarbij mag het dier onder voorwaarden zonder bedwelming worden geslacht.
Het onbedwelmd slachten van dieren is in Nederland alleen toegestaan in erkende slachthuizen en onder toezicht van de NVWA.
