Turkse 'zaterdagmoeders' mogen voor het eerst in vijf jaar weer protesteren
Turkse actievoerders die al 28 jaar aandacht vragen voor politiek gemotiveerde ontvoeringen en verdwijningen van familieleden hebben zaterdag voor het eerst in vijf jaar weer een bijeenkomst mogen organiseren.
Het gaat om de zogenoemde 'zaterdagmoeders' - een verwijzing naar de actievoerders van het eerste uur. Dat waren veelal moeders van slachtoffers.
De groep was eerder op zaterdag alweer voor de 972e keer bijeen. De bijeenkomsten vinden traditiegetrouw halverwege de drukste winkelstraat van Istanboel plaats. In 2018 werd de bijeenkomst verboden, omdat volgens de lokale autoriteiten geen toestemming was gevraagd.
Begin dit jaar oordeelde het Turkse constitutionele hof dat met het verbod de grondrechten van de 'zaterdagmoeders' werden geschonden. De afgelopen 29 weken hebben actievoerders geprobeerd om weer bijeen te komen. Ze werden tot deze zaterdag elke week tegengehouden door de politie en meegenomen voor verhoor, tot groot ongenoegen van advocaten en oppositiepolitici.
Volgens minister van Binnenlandse Zaken Ali Yerlikaya wordt de groep onrecht aangedaan en komt er spoedig een oplossing.
In de jaren tachtig en negentig zijn volgens de Turkse mensenrechtenorganisatie IHA ruim 4.000 mensen verdwenen en bijna 350 personen vermoord. Vaak ging om ontvoeringen en executies door speciale teams van de Turkse geheime dienst. De slachtoffers waren overwegend Koerden.
