Armenië vreest nieuw geweld en vraagt VN om toezicht in Nagorno-Karabach
Armenië heeft de Verenigde Naties zaterdagavond gevraagd toezicht te houden in de enclave Nagorno-Karabach. Daar werd woensdag een staakt-het-vuren bereikt. Maar Armenië vreest dat etnische Armeniërs alsnog niet veilig zijn.
Dinsdag viel Azerbeidzjan Nagorno-Karabach aan. Het land eiste dat de Armeense separatisten hun wapens neerleggen. De enclave ligt in Azerbeidzjan, maar wordt voornamelijk bevolkt door zo'n 120.000 etnische Armeniërs.
Het gebied is al tientallen jaren een bron van spanning tussen de landen en leidde tot meerdere oorlogen. De voorbije maanden blokkeerde Azerbeidzjan de toegang tot het gebied waardoor veel inwoners zonder voedsel en medicijnen kwamen te zitten.
Ook VS bezorgd over situatie etnische Armeniërs
Volgens een functionaris in Nagorno-Karabach kwamen er meer dan tweehonderd mensen om bij de gevechten van dinsdag. Rusland bemiddelde het staakt-het-vuren waarna humanitaire hulpgoederen van het Rode Kruis naar het gebied konden.
De Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev noemde de aanval een "succesvolle antiterreuroperatie". Het leger van Azerbeidzjan is veel machtiger dan dat van Armenië, waardoor de leiders van dat land al snel akkoord gingen met het staakt-het-vuren.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken, die gesprekken heeft geleid om een diplomatieke oplossing te vinden, sprak in een telefoongesprek met de Armeense premier Nikol Pashinyan zijn "grote bezorgdheid" uit over de etnische Armeniërs in Nagorno-Karabach.
Blinken vertelde hem dat de Verenigde Staten druk uitoefenen op Azerbeidzjan "om de mensenrechten en fundamentele vrijheden van de inwoners van Nagorno-Karabach te respecteren", aldus een woordvoerder van het ministerie.


