'Complete anarchie' in Soedan: hoe kan de chaos opgelost worden?
"Alle tekenen wijzen erop dat er nu een van de grootste humanitaire crises van de laatste jaren aan de gang is", zegt Leon Willems. Hij is oud-directeur en Senior Advisor International Partnerships bij persvrijheidorganisatie Free Press Unlimited en weet dus veel over de situatie van journalisten in Soedan. "Het land staat op instorten en alle overheidsinstanties functioneren niet."
Miljoenen mensen moesten in april halsoverkop hun huis verlaten. Toen braken gevechten uit tussen het leger en de paramilitaire groep Rapid Support Forces (RSF). De meeste mensen vonden toevlucht binnen Soedan, dat in totaal 48 miljoen inwoners telt.
Voordat het conflict uitbrak, waren er ook al 3,7 miljoen ontheemden in het land. Daarom is een exact cijfer van het totale aantal vluchtelingen moeilijk te geven. "Maar het is wel redelijk zeker dat het er tussen de zeven à acht miljoen in totaal zijn", zegt hulpverlener Harmen Sas. Er komen elke dag mensen bij, omdat de gevechten steeds weer oplaaien.
Situatie in Soedan
De laatste weken vallen er opvallend veel burgerslachtoffers. "Het lijkt of de bombardementen steeds minder precies zijn", zegt Sas. Daarnaast vinden er nog steeds gevechten plaats in en rondom de hoofdstad Khartoem. "De hele structuur van de stad is naar de knoppen", vertelt Willems.
'Hele middenklasse is weggejaagd'
Volgens Willems is "de hele middenklasse uit haar huis gejaagd". Gevangenissen zouden door beide partijen zijn opengezet. "Naar schatting zijn er alleen al in een deel van de hoofdstad tweeduizend gevangenen ontsnapt." Deze plunderden de huizen, nadat de paramilitairen al langs waren geweest voor het geld. Daarna kwam de arme bevolking nog langs. "Er is complete anarchie."
Burgers zijn in Khartoem vooral op elkaar aangewezen, want hulporganisaties komen er haast niet. Sas weet dat burgergroepen gaarkeukens opzetten. Deze groepen sturen elkaar ook berichten als er een dokter of verloskundige nodig is. Dat is mooi om te zien, maar ook schrijnend. Want hoe komen zij aan voldoende hulpmiddelen?
Sas was een maand geleden voor het eerst in lange tijd weer twee weken in Soedan. Hij is landendirecteur bij hulporganisatie ZOA. In april werd hij met zijn gezin geëvacueerd. Terugkeren voelde "surreëel". "Je stapt op hetzelfde punt het land weer binnen waar je destijds op zo'n rare manier uit bent gegaan." Tegelijkertijd vond hij het fijn om zijn collega's weer te zien. De meeste collega's uit Khartoem zijn naar het oosten gevlucht. Daar is het redelijk rustig.
Conflict duurt langer dan verwacht
In het oosten besprak Sas een plan voor verdere noodhulp. De hulporganisatie had niet verwacht dat het conflict zo lang zou duren, net als veel burgers. "We zitten vandaag op vijf maanden en nog is er geen einde in zicht." Voor de bevolking begint de tijd te dringen. Zo zijn veel mensen opgevangen door vrienden en familie. Ook in ziekenhuizen en scholen wonen mensen. Daardoor kunnen kinderen niet naar school.
Er is weinig geld en de voedselprijzen zijn hoog. Een kennis van Willems woont in een dorp in een redelijk rustige provincie. Eerst woonden daar volgens hem 5.000 mensen. Nu 25.000. "Al die dorpen raken door hun voorraden heen."
Er wordt gevreesd voor een hongersnood volgend jaar "als de oogst nu tegenvalt", zegt Sas. Naast voedsel is volgens hem ook slecht onderdak een probleem. Dat komt door het regenseizoen. Ook is het gevaarlijk om te reizen.
De belangrijkste conflictgebieden.'Tijd om de noodklok te luiden'
Uit het westelijk gelegen Darfur komen steeds meer verhalen over "genocideachtige praktijken" door Arabische milities. Er worden massagraven gevonden. "Dorpen worden platgebrand", zegt Sas. "Mannen en jongens worden eruit gepikt." Willems kent soortgelijke verhalen; een vrouw die met een kindje op haar rug vlucht. Als het kindje een jongetje is, slaan milities het dood. Hij pleit voor humanitaire corridors zodat mensen uit Darfur kunnen vluchten.
Onafhankelijke journalisten kunnen amper hun werk doen. "Daarom zie je een enorm vacuüm aan informatie", zegt Willems. Zowel het leger als de RSF had dodenlijsten op Facebook met de namen van journalisten erop.
"Het is hoog tijd om de noodklok te luiden", vindt Willems. Tot nu toe reageert de internationale gemeenschap nauwelijks. Hij hoopt dat daar de komende dagen verandering in komt. De mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties komt namelijk bij elkaar om over Soedan te praten.
Hoe het beter kan
Sas en Willems weten wel hoe het beter kan, te beginnen met een onmiddellijk staakt-het-vuren. Beide partijen in Soedan denken dat ze kunnen winnen. Ze spreken wel over vrede, maar dat is voor de bühne. Daarom is er internationale druk nodig met economische maatregelen. "Er is altijd heel veel scepsis over dat sanctiemiddel, maar op termijn werkt dat wel degelijk."
Daarnaast moeten de landen die de strijdende partijen steunen ook onder druk worden gezet. Ook vindt Willems dat er een soort burgerparlement betrokken moet worden bij de onderhandelingen.
Burgers aan de macht
De vervolgstap is namelijk om de macht écht aan de burgers te geven. "Dat burgers en burgergroepen eindelijk de kans krijgen om over het land te beslissen", vult Sas aan.
In 2019 lukte het hun om na maanden van vreedzaam protest de dictator af te zetten. Vrouwen en jongeren namen toen het voortouw. De verzetsgroepen die daaruit zijn ontstaan, bestaan nog steeds. Zij zijn vaak degene die nu de gaarkeukens opzetten. "Dat is een belangrijk teken van hoop", zegt Willems.
Sas benadrukt dat we nu alleen geen demonstraties van hen kunnen verwachten. Door de oorlog is dat veel te gevaarlijk. "De hoop ligt nu echt op grotere druk van buitenaf."


