Vanuit Marokko Hulpverlening in rampgebied stuurloos: 'Niemand heeft leiding'
Het rampgebied rond het epicentrum van de aardbeving in Marokko wordt geleidelijk beter bereikbaar. Met man en macht wordt gewerkt om de weg vrij te maken. Maar als de hulp aankomt, wil dat nog niet zeggen dat die efficiënt wordt geleverd.
Een tiental ambulances staat naast elkaar op een parkeerplaats in Talat N'Yakoub, een plaatsje hoog in het Atlasgebergte, dicht bij het epicentrum. Samen vormen ze een soort veldhospitaal. Patiënten liggen op brancards achter de voertuigen, in de schaduw van de openstaande laadkleppen. Even verderop staat het kleine ziekenhuis van het dorp, dat de beving niet heeft overleefd. De meeste apparatuur die daar stond is ook gesneuveld.
Druk is het woensdagmiddag niet. Verpleegkundigen meten de bloeddruk en hartslag van een bejaarde man en vrouw die naast elkaar liggen. Anderen maken een kleine wond aan de voet van een jongere vrouw schoon en brengen een verband aan. Tegenover hen zetten reddingswerkers rijen tenten op.
Matthijs le Loux is buitenlandverslaggever voor NU.nl
'Wat we kunnen, is heel beperkt'
Ambulancebroeder Karim Bouchayat (30) legt uit dat hij en zijn collega's allemaal voor particuliere ambulancediensten werken. Vanuit het hele land zijn ze hierheen gekomen om te helpen, van Casablanca tot Fez en Rabat. Hoe de situatie in Talat N'Yakoub nu is? "Beter dan gisteren", zegt Karim monter. "We hebben hier nu in ieder geval genoeg geneesmiddelen om te doen wat we kunnen."
Dat klinkt positief, maar het venijn zit in de staart, zegt een van de andere vrijwilligers, Jule Klockgeter (27) uit Duitsland. "Want wat wij kúnnen doen is heel beperkt. Eigenlijk doen we vooral aan triage. Mensen met ernstige verwondingen komen hier en worden per ambulance of helikopter naar Marrakesh of Agadir gebracht."
"Wij kunnen schrammen verbinden en patiënten met chronische ziekten voorzien van medicatie. Niet veel meer. Er is alleen apparatuur voor echografie en niet voor dingen zoals röntgenfoto's. Dus mensen met botbreuken kunnen we al niet behandelen."
De Duitse geneeskundestudent Jule Klockgeter voelt zich machteloos doordat ze weinig kan doen in Talat N'Yakoub. | Beeld: Bas Scharwachter'Ontnuchterend hoe weinig je kunt doen'
Jule studeert geneeskunde en was net begonnen aan een stage van een maand in Casablanca toen de ramp zich voltrok. Tijdens het bezoek van NU.nl moet ze zich meerdere keren lenen - met duidelijke tegenzin - voor selfies met mannen die op de foto willen met de Duitse in haar groene operatiekleding.
"Het was ontnuchterend om te ontdekken hoe weinig je kunt doen", verzucht ze. "Dat geldt helemaal bij de mensen die niet gewond zijn, maar wel zwaar getraumatiseerd. Vaak hebben ze een groot deel van hun familie verloren. We kunnen even met ze praten, maar dat was het wel."
Gewonden worden per ezel gebracht
Talat N'Yakoub zelf is nu redelijk bereikbaar. Dat geldt niet voor veel kleinere dorpen in de omgeving, de plekken die het zwaarst zijn getroffen door de aardbeving. Veel wegen zijn nog onbegaanbaar voor motorverkeer. Gewonden moeten vaak te paard, te ezel of zelfs te voet naar Talat N'Yakoub worden gebracht.
Het grotere dorp geldt nu als het knooppunt waar hulpdiensten hun werkzaamheden coördineren. Maar eigenlijk is dat een groot woord. Een medisch hulpteam uit het Verenigd Koninkrijk is gelijktijdig met de verslaggevers aangekomen. Een van hen stapt op Jule en Karim af. "We kunnen hier een noodhospitaal opzetten, met alle benodigde apparatuur en medewerkers", zegt hij, "maar met wie moeten we daarover praten, wie organiseert het hier?"
Het dorpje Anbdour is vrijwel volledig weggevaagd door de ramp. | Beeld: Bas Scharwachter'Geen idee of er meer hulp in aantocht is'
De gevolgen van dat gebrek aan structuur laten zich op meerdere vlakken gelden. Aan de solidariteit van de gewone Marokkanen met de slachtoffers ligt het in ieder geval niet. Ze doneren grif, of het nou gaat om geld of bloed. De eensgezindheid is groot.
Een fors deel van het verkeer in de bergen bestaat uit auto's van particulieren die hun wagen hebben volgeladen met hulpgoederen en zich naar de rampplek haasten. Overal langs de weg liggen stapels matrassen en dekens. Eigenlijk zijn het té veel matrassen en dekens. Er is meer behoefte aan andere spullen, maar wie vertelt dat aan al die gulle gevers?
Op een klein half uur rijden van Talat N'Yakoub ligt het plaatsje Anbdour. De verwoesting is er compleet: van de meeste huizen is niets meer over dan een stapel puin. Het weinige dat nog wel staat, is volkomen onbewoonbaar. Van de 100 inwoners zijn er 39 omgekomen.
De overlevenden verzamelen zich rond de verslaggevers om hun verhaal te doen. Mohmed Ichou, een vrijwilliger die kleine zonnepanelen op palen aan het installeren is, spreekt een redelijk woordje Engels en werpt zich op als vertaler. "Alles is hier slecht", zegt hij. "Er zijn geen huizen meer, er is niets te eten en er zijn te weinig tenten om in te slapen. We hebben geen idee of er meer hulp in aantocht is. Vertel dit alsjeblieft aan de wereld."

