Libië vraagt Nederland om hulp, ministerie nog in beraad over opties
Libië heeft Nederland dinsdagmiddag gevraagd om te helpen bij de overstromingen die het land teisteren. Maar het ministerie van Buitenlandse Zaken laat aan NU.nl weten dat er nog geen knoop is doorgehakt over de eventuele inzet van Nederlandse hulpverleners.
Een woordvoerder van het ministerie zegt dat op dit moment nog wordt bekeken welke opties er zijn. Wel benadrukt ze dat Nederland "bekendstaat als land dat doneert aan grote fondsen, bijvoorbeeld die van de VN". Via die fondsen worden internationale hulporganisaties in rampgebieden betaald. Indirect wordt er dus al hulp verleend.
Aanvragen voor humanitaire hulp van landen die zijn getroffen door natuurrampen worden gecoördineerd door de Verenigde Naties en het Rode Kruis in dat land. De Europese Unie coördineert de hulp die lidstaten gezamenlijk geven.
Intussen kijkt het ministerie wat er nog meer gedaan kan worden. Een van de opties is om zelf mensen naar het rampgebied te sturen, bijvoorbeeld via een team van Urban Search and Rescue (USAR). De woordvoerder bevestigt dat de inzet van een USAR-team tot de opties van het ministerie behoort.
USAR is niet uitgerust voor dit soort situaties
USAR laat aan NU.nl weten dat het team niet is uitgerust voor operaties met wateromstandigheden. USAR wordt vaak ingezet in het geval van een aardbeving of orkaan.
De hulpverleners zijn gespecialiseerd in het redden van mensen die ingesloten of bedolven zijn na een ramp. Ook in Libië zijn een hoop gebouwen ingestort vanwege de extreme weersomstandigheden. USAR zegt dat het aan Buitenlandse Zaken is om een knoop door te hakken.
Libië wordt momenteel geteisterd door zware overstromingen. Alleen al in de noordelijke stad Derna zijn zeker 5.200 mensen om het leven gekomen. Zeker tienduizend mensen zijn nog vermist.


