Steeds meer Syriërs durven te demonstreren tegen bewind van president Al Assad
Steeds meer tegenstanders van het bewind van de Syrische president Bashar Al Assad gaan de straat op. De demonstranten zijn nu minder bang om zich uit te spreken tegen de armoede en politieke onderdrukking in het land.
Maandag verzamelden honderden demonstranten zich in de stad Suwayda. Ze sloten meerdere wegen af. Op beelden is te zien dat mensen met vlaggen zwaaien en oproepen tot het vertrek van de president.
Demonstranten lieten van zich horen bij het gebouw van de regerende Ba'ath-partij in de stad Melh. De partij wilde eerdere protesten, waarin demonstranten opriepen tot betere basisvoorzieningen als water en stroom, de kop indrukken.
De slechte basisvoorzieningen zijn al langer een bron van onvrede. Een stijging van de brandstofprijzen, inflatie, woede over corruptie en slecht onderhouden internationale relaties leiden inmiddels tot grootschalige antiregeringsprotesten.
Al Assad beloofde eerder de banden met voormalige vijanden te herstellen. Maar zijn macht blijft afbrokkelen en de Syrische economie is in het slop geraakt. Inmiddels leeft 90 procent van de Syrische bevolking onder de armoedegrens, melden de Verenigde Naties.
Groot deel demonstranten behoort tot religieuze minderheid
Suwayda is sinds 2011 weer in handen van de Syrische regering. Veel inwoners van die provincie behoren tot de druzen. Hoewel maar 3 procent van de Syrische bevolking druus is, behoort het merendeel van de demonstranten tot deze religieuze minderheid.
Druzen leven vreedzaam naast de soennieten, die met 72 procent de meerderheid van de bevolking vormen. Maar sinds Al Assad aan de macht is, vrezen de druzen dat zij niet langer beschermd zullen worden. Daardoor groeit het negatieve sentiment over de regering onder de minderheid.
Overigens reageert de Syrische overheid daar nauwelijks op. Damascus schrijft de economie malaise toe aan de westerse sancties. Het Westen legde eerder sancties op vanwege oorlogsmisdaden en de rol van Al Assad bij drugshandel.
