Waarom er een jaar na schietpartij Uvalde nog geen strengere wapenwet in VS is
Vandaag een jaar geleden vond in de Amerikaanse plaats Uvalde een massaschietpartij plaats. Zeker 21 mensen, onder wie 19 kinderen, zijn die dag doodgeschoten. Sindsdien klinkt de roep om strengere wapenwetgeving in de VS luider dan ooit. Maar de machtige wapenlobby en politieke verdeeldheid houden verandering tegen.
Massaschietpartijen komen tegenwoordig met de regelmaat van de klok voor, maar het aantal dodelijke slachtoffers valt in het niet bij de rest van het Amerikaanse vuurwapengeweld. Zo zijn in 2016 in totaal 14.415 moorden gepleegd met vuurwapens. Slechts 71 van die slachtoffers zijn omgekomen bij een massaschietpartij.
Maar die schietpartijen worden wel steeds dodelijker: acht van de tien fataalste massaschietpartijen in de Amerikaanse geschiedenis zijn in het huidige en vorige decennium gepleegd. De dodelijkste schietpartij in de VS vond in 2017 plaats op een muziekfestival in Las Vegas. Daarbij zijn zestig mensen, inclusief de dader, om het leven gekomen.
De dodelijkste schietpartijen in de Verenigde Staten. | Beeld: NU.nl/Bart-Jan DekkerNRA hield zich in het begin weinig met politiek bezig
De machtige lobbyorganisatie waarin wapeneigenaren en de wapenindustrie zijn verenigd, is in 1871 opgericht. Het doel was Amerikanen de scherpschutterskunst bij te brengen en verantwoord vuurwapengebruik te bevorderen. In de eerste honderd jaar van haar bestaan hield de NRA zich weinig bezig met politiek en waren sportschutters en jagers de voornaamste doelgroep.
President Franklin Delano Roosevelt poseert in 1933 met leden van de NRA. | Beeld: Getty ImagesNRA veranderde onder Carter in een zeer actieve lobbyclub
Die houding veranderde in de jaren zeventig. Het Amerikaanse Congres nam in 1968 de Gun Control Act aan, een wet die regels introduceerde voor wapenhandel over de grenzen van de staten. De directie van de NRA verzette zich daar aanvankelijk nauwelijks tegen. Maar binnen de organisatie ontstond een factie die vond dat de NRA zich moest richten op verzet tegen strengere wapenwetgeving. Die werd geleid door Harlon Carter, het hoofd van de lobbytak van de vereniging.
Veel aanhangers van Carter binnen de NRA werden in 1975 de laan uit gestuurd. Maar een jaar later wisten hij en zijn medestanders tijdens het jaarlijkse NRA-congres een coup te plegen. Ze pasten de interne regels aan en stemden de directie weg. Carter werd topman en leidde de organisatie tot 1985.
Onder zijn sturende hand veranderde de NRA in een zeer politiek actieve lobbyclub, die zich hevig verzette tegen elke inperking van het tweede amendement van de Amerikaanse Grondwet: het recht om wapens te dragen. In dat grondwetsartikel staat dat dit noodzakelijk is om een "goed georganiseerde burgermilitie" in stand te houden.
Vuurwapens in de VS
Van jagen en sportschieten naar persoonlijke bescherming
De NRA slaagde erin het grondrecht in de Amerikaanse publieke beleving te koppelen aan individueel wapenbezit.
In eerste instantie stelde de organisatie dat wapenwetgeving de Amerikaanse jachttraditie bedreigde. Dat gewelddadige criminelen en mensen met ernstige psychische problemen makkelijk aan vuurwapens konden komen, was volgens Carter de prijs die Amerikanen voor hun vrijheid betalen.
Sterk gestegen misdaadcijfers werden tijdens de jaren tachtig het belangrijkste thema voor politici van de Republikeinse Partij. De NRA haakte daarbij aan en richtte haar aandacht steeds meer op vuurwapenbezit om huis en haard te beschermen tegen criminelen. "Moet je een verkrachter doodschieten voordat hij je keel doorsnijdt?", stond in een van de krantenadvertenties van de NRA uit die tijd.
De jaren negentig brachten een evolutie van dat thema met zich mee. Democraat Bill Clinton daagde zijn Republikeinse rivaal, de zittende president George H.W. Bush, uit door te hameren op de noodzaak van scherpere regels voor handvuurwapens en een verbod op automatische aanvalsgeweren.
De NRA vertelde haar leden dat zij zich moesten beschermen tegen een steeds tiranniekere federale overheid, die een politiestaat wilde inrichten. Met gelikte reclamecampagnes bleef de wapenlobby die boodschap verspreiden. De vereniging runde zelfs enige tijd het televisiestation NRATV, dat regelmatig in opspraak kwam vanwege de militante toon van de boodschappen die daar werden uitgedragen.
Mogelijke maatregelen met enige mate van draagvlak
Vuurwapenbezit verdeelt de VS langs politieke lijnen
De NRA geeft jaarlijks miljoenen uit aan lobbywerkzaamheden. Dat is in de VS gebruikelijk en dus geen volledige verklaring voor de grote politieke invloed van de vereniging. Zo geeft de Amerikaanse nationale makelaarsvereniging vijf tot tien keer meer aan haar eigen lobby's uit.
Wat de NRA zo machtig maakt, is haar vermogen om wapenminnende kiezers te mobiliseren. De vereniging kiest haar gevechten zorgvuldig uit en steunt tijdens voorverkiezingen voorstanders van vuurwapens. In combinatie met haar lange geschiedenis en uitgebreide lijst met contacten in Washington kan een steunbetuiging van of afwijzing door de NRA een politieke carrière maken of breken.
Wapenbezit is overigens ook een vrij betrouwbare indicator voor afkomst: 83 procent van de huishoudens met ten minste één vuurwapen heeft een lichte huidskleur.
NRA is niet langer een onoverkomelijk obstakel
Toch is de macht van de NRA niet meer wat die geweest is. Voorstanders van strengere wapenwetgeving weten zich steeds beter te organiseren. Bovendien krijgen ze meer financiering. Onder anderen Michael Bloomberg steunt hen. Deze miljardair en oud-burgemeester van New York richtte in 2006 de lobbygroep Everytown for Gun Safety op. Ook laten slachtoffers van massaschietpartijen steeds vaker van zich horen met een roep om strengere wetgeving.
Tegelijkertijd kampt de NRA met interne strubbelingen. Een van de iconen van de club, oud-marinier en mediapersoonlijkheid Oliver North, betichtte de rest van de directie van financiële onregelmatigheden. Hij werd op zijn beurt beschuldigd van het voorbereiden van een paleiscoup en uit de NRA gegooid. Het bestuur en Ackerman McQueen, het reclamebureau dat decennialang de mediastrategie van de NRA verzorgde, zijn verwikkeld in een bittere vechtscheiding.
Een Amerikaan draagt een AR-15-aanvalsgeweer dat de antiwapenbeweging al jaren wil verbieden. | Beeld: Getty ImagesWeinig vooruitgang door politieke wurggreep
In de nasleep van schietpartijen in Dayton en El Paso in 2019 leek zelfs de Republikeinse Partij niet langer ongevoelig voor de roep om verandering. Voorzitter van de Senaat Mitch McConnell zei open te staan voor achtergrondchecks, die moeten voorkomen dat mensen met ernstige psychische aandoeningen wapens kunnen kopen. Dat zou de grootste uitbreiding van de federale wapenwetgeving in decennia zijn.
Joe Biden heeft zich al voor zijn aantreden als president sterk gemaakt voor strengere wapenwetten. Door de politieke situatie in de VS kan een president dergelijke wetgeving niet in zijn eentje aanpassen. Grote veranderingen zijn tot op heden uitgebleven en dat komt vooral door het onvermogen van het Amerikaanse Congres om het eens te worden over federale wetgeving.


