Griekse regeringspartij wint verkiezingen, maar behaalt geen meerderheid
De partij Nieuwe Democratie van de zittende premier Kyriakos Mitsotakis blijft de grootste in Griekenland. De partij die al vier jaar aan de macht is, kan volgens Griekse media met 40,1 procent van de stemmen niet meer worden ingehaald. Toch volgt er mogelijk nog een tweede stemronde.
De linkse partij Syriza van oud-premier Alexis Tsipras volgt in de tussenstand met 20,1 procent. Ruim 40 procent van de stemmen is geteld.
Mitsotakis had gehoopt weer een absolute meerderheid te behalen. Dat zou de mogelijkheid geven om zonder coalitiepartner te kunnen regeren. De premier heeft nu negen dagen de tijd om een coalitie te vormen. Als dat niet lukt dan volgt in juli een tweede stemronde.
Dat ziet de 55-jarige Mitsokatis wel zitten. Hij maakte zijn voorkeur voor een nieuwe stemronde duidelijk. "De burgers willen een sterke regering met een horizon van vier jaar", zei hij. "De politieke aardbeving van vandaag roept ons allemaal op om het proces voor een definitieve regeringsoplossing te versnellen."
Ook zijn rivaal Tsipras ziet graag een nieuwe stemronde. "De verkiezingscyclus is nog niet voorbij", zei hij. "Het volgende gevecht zal cruciaal en definitief zijn."
De populariteit van Mitsotakis wordt toegeschreven aan de economische groei van de laatste jaren. Maar de werkloosheid in Griekenland is nog altijd hoog, vooral onder jongeren.
Tsipras, de rivaal van Mitsotakis, vindt dat de economische groei niet evenredig over de bevolking wordt verdeeld en heeft dan ook regelmatig kritiek op het beleid van de premier.
Motsotakis overleefde motie van wantrouwen en veel kritiek
De afgelopen vier jaar had de regering te maken met roerige periodes. Zo was er een afluisterschandaal dat leidde tot een motie van wantrouwen tegen Mitsotakis. De stemming over deze motie overleefde hij, maar dat kwam doordat zijn partij een meerderheid heeft in het parlement. Ook de oppositie heeft veel kritiek op hem, onder meer vanwege het strenge vluchtelingenbeleid.
Mitsotakis kreeg in februari en maart te maken met grote protesten. Dat gebeurde na de treinramp waarbij 57 mensen om het leven kwamen. Demonstranten verwijten de regering het gebrekkige onderhoud van de spoorwegen waardoor het ongeluk kon plaatsvinden. Spoorwegpersoneel staakte wekenlang.

