Opgegraven lichaam stichter Rijksdagbrand 1933 onderzocht op drugssporen
Het stoffelijk overschot van Marinus van der Lubbe wordt in Duitsland onderzocht op drugssporen. De geëxecuteerde communist staat wereldwijd bekend als de stichter van de Rijksdagbrand in 1933. Patholoog-anatomen willen onderzoeken of de Nederlander was gedrogeerd tijdens zijn proces.
De Rijksdag in Berlijn werd op 27 februari 1933 in brand gestoken, toen Adolf Hitler net een maand aan de macht was. Het gebouw van het Duitse parlement brandde daarbij af. De nazi's gaven de communisten de schuld en riepen de noodtoestand uit, waardoor de vrijheden en rechten van burgers werden beperkt. Politieke tegenstanders werden massaal aangehouden.
De opgraving in januari gebeurde op initiatief van een stichting die historische graven onderhoudt. Die wilde met zekerheid vaststellen dat het stoffelijk overschot van Van der Lubbe was, zodat vervolgens een gedenkteken bij het graf geplaatst kon worden. Aan de hand van het lichaam is vastgesteld dat het van de Nederlander was; hij werd namelijk onthoofd door de nazi's.
Het opgraven en identificeren van het lichaam geeft onderzoekers nu de kans om te controleren of Van der Lubbe inderdaad gedrogeerd was. De Nederlander legde een bekentenis af, maar na de oorlog ontstond twijfel over de vraag of hij wel de schuldige was.
