VN geeft toe dat slachtoffers aardbeving Syrië in de steek zijn gelaten
De Verenigde Naties geven zondag toe dat de hulp aan de aardbevingsslachtoffers in Syrië tekortschiet. De mensen daar zijn in de steek gelaten, zei noodhulpcoördinator Martin Griffiths tijdens een bezoek aan de grens tussen Turkije en Syrië.
Maar dat is niet eenvoudig. De belangrijkste reden is dat Syrië al jaren verwikkeld is in een burgeroorlog. In het zwaar getroffen gebied in het noordwesten maken rebellengroepen de dienst uit. De hulp daar krijgen is moeilijk omdat het Syrische overheidsleger regio's met rebellen omsingelt.
Er is nu maar één grensovergang tussen Turkije en Syrië die de VN kan gebruiken om hulp te verlenen aan gebieden die niet in handen zijn van de Syrische regering. Ook speelt mee dat - als gevolg van de burgeroorlog - veel landen een erg slechte relatie met Syrië hebben.
De eerste zending VN-hulpgoederen arriveerde donderdag, drie dagen na de ramp. Vrijdag volgde een konvooi met veertien vrachtwagens met onder meer tenten. En zaterdag staken nog eens 22 vrachtwagens de Turks-Syrische grens over met goederen van wereldgezondheidsorganisatie WHO en UNICEF.


