Indonesië start rechtszaak tegen politieagenten om stadionramp Oost-Java
Drie politieagenten, een beveiligingsmedewerker en een organisator worden maandag berecht vanwege hun aandeel in de ramp in een voetbalstadion in de Indonesische provincie Oost-Java. Bij het drama vielen afgelopen oktober minstens 135 doden.
Een van de politieagenten wordt berecht omdat hij de opdracht zou hebben gegeven om traangas op de menigte af te vuren. De andere beklaagden worden verdacht van geweld, nalatigheid en het overtreden van de veiligheidsregels van de Indonesische voetbalbond.
Wanneer de verdachten schuldig worden bevonden, kunnen ze worden veroordeeld tot celstraffen van maximaal vijf jaar.
Er lopen ook nog andere rechtszaken tegen de autoriteiten die tijdens de stadionramp aanwezig waren. Die zijn aangespannen door nabestaanden van de toeschouwers die bij de ramp om het leven kwamen.
45 traangasgranaten afgevuurd op rellende menigte
De Nationale Commissie voor de Rechten van de Mens deed in november onderzoek naar de rellen in het Kanjuruhan-stadion in Malang. Daaruit bleek dat de politie na de wedstrijd tussen rivaliserende voetbalclubs Arema FC en Persebaya Surabaya 45 traangasgranaten op de menigte had afgevuurd. Dit leidde tot paniek, waardoor mensen het stadion uit wilden vluchten. Daarbij kwamen velen in de verdrukking.
Onderzoekers concludeerden dat buitensporig en willekeurig gebruik van traangas de belangrijkste oorzaak was van de stadionramp. De commissie stelt verder dat het dodental toenam door gesloten deuren, een overvol stadion en het niet correct uitvoeren van veiligheidsmaatregelen.
