Proces tegen 24 hulpverleners die bootvluchtelingen hielpen van start op Lesbos
Op het Griekse eiland Lesbos begint dinsdag het proces tegen 24 hulpverleners die bootvluchtelingen hulp hebben geboden. Onder de verdachten is ook de 75-jarige Nederlander Pieter Wittenberg. Ze worden beschuldigd van onder meer mensensmokkel, vervalsing en spionage.
De hulpverleners zijn aangeklaagd, omdat zij in 2016 en 2017 vluchtelingen hebben geholpen. Ze haalden mensen uit de Middellandse Zee en deelden onder meer water en zwemvesten uit. Meestal kwamen de vluchtelingen per boot aan vanuit Turkije. Daarom beschuldigt een Griekse aanklager de hulpverleners van mensensmokkel.
De rechtszaak die dinsdag begint, is alleen gericht op vervalsing, spionage en het onthullen van staatsgeheimen. De verdachten kunnen daarvoor maximaal acht jaar celstraf krijgen. Als zij in het tweede proces ook schuldig worden bevonden aan mensensmokkel, kunnen de straffen oplopen tot 25 jaar.
Naast Wittenberg staan ook de Syrische mensenrechtenactivist Sarah Mardini en de Duits-Ierse duiker Seán Binder terecht. De twee twintigers zaten in 2018 al meer dan honderd dagen in voorarrest.
Het duurt waarschijnlijk nog enkele weken voordat de rechter uitspraak doet.
Vluchtelingen in een rubberboot onderweg van Turkije naar Lesbos. | Beeld: APAmnesty: 'Mensen redden is geen misdrijf'
Human Rights Watch stelt dat er onjuistheden in de politierapporten staan. Zo zouden die data bevatten waarop de verdachten niet in Griekenland waren.
In Griekenland zijn al eerder mensen aangeklaagd wegens het helpen van vluchtelingen. Zo loopt er ook een zaak tegen een Nederlandse journalist die een Afghaanse asielzoeker onderdak heeft geboden. Amnesty International roept de Griekse autoriteiten op hulpverlening aan vluchtelingen niet langer te criminaliseren.
