Vissterfte in rivier de Oder kwam door giftige algen volgens Duitse experts
De snelle groei van giftige algen is de meest waarschijnlijke oorzaak van de massale vissterfte in de Duits-Poolse grensrivier de Oder afgelopen zomer. Of de algengroei is veroorzaakt door mensen of bijvoorbeeld het weer blijft wel onduidelijk.
Vrijdag kwamen Duitse experts onder leiding van de federale milieudienst met een eindrapport. De snelle groei van de giftige algen werd bevorderd door een hoge zoutconcentratie. Wat nu precies leidde tot die hoge zoutconcentratie in het water blijft volgens de deskundigen "door een gebrek aan beschikbare informatie" onduidelijk.
De experts troffen wel chemische bestrijdingsstoffen aan in het water die "zeer waarschijnlijk" afkomstig waren uit de industrie. Toch kan de acute vissterfte niet aan die stoffen worden toegeschreven, zeggen ze.
De deskundigen stellen dat er meer onderzoek moet komen naar de verspreiding van de alg. Ook moet er volgens hen een waarschuwingssysteem komen tussen Polen en Duitsland, om dit soort rampen in de toekomst te voorkomen. Daarbij moeten vergunningen voor het lozen van stoffen in wateren opnieuw onder de loep worden genomen, vinden de experts.
Donderdag kwamen de Poolse autoriteiten met een eigen rapport, waarin ook naar de giftige algen werd gewezen. In het Poolse rapport werd echter gesteld dat de ramp vermoedelijk was veroorzaakt door een slechte waterkwaliteit als gevolg van hoge temperaturen en heel lage waterstanden in de zomer.
In totaal zou minstens 300 ton aan dode vissen uit de rivier zijn gehaald. De dode vissen werden op 9 augustus gevonden aan de Duitse kant van de rivier.
