Israël en Turkije willen de diplomatieke banden volledig herstellen. Beide landen bevestigen dat ze elkaars ambassadeurs weer zullen toelaten, nadat die in 2018 waren teruggeroepen.

De Israëlische premier Yair Lapid noemt de stap het gevolg van "een gestage verbetering in de betrekkingen de afgelopen jaren". De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu spreekt van "een positieve stap".

Lapid verwacht dat de band tussen de twee volken hechter wordt, op zowel economisch als cultureel gebied. Daarnaast denkt hij dat de samenwerking de stabiliteit in de regio versterkt.

Çavusoglu vindt het belangrijk dat de lijntjes kort zijn. Turkije benadrukt dat de wederzijdse benoeming van ambassadeurs niet betekent dat het land stopt met "het verdedigen van de rechten van Palestijnen, Gaza en Jeruzalem".

Spanningen begonnen in 2010 na dodelijke aanval Israël

De relatie tussen Israël en Turkije kwam tot een dieptepunt toen de Israëlische marine in 2010 een Turks schip enterde dat een Israëlische zeeblokkade wilde doorbreken om hulpgoederen naar het Palestijnse Gaza te brengen. Daarbij kwamen tien Turkse staatsburgers om het leven.

Tussen 2016 en 2018 werden de banden voorzichtig aangehaald, maar dat veranderde toen president Donald Trump besloot de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem te verplaatsen. Bij een protest in de Gazastrook werden toen meer dan 200 mensen doodgeschoten. Uit onvrede met de situatie riep Turkije zijn ambassadeur terug. Israël deed hetzelfde.

Het afgelopen jaar is de relatie verbeterd, toen de ministers van Buitenlandse Zaken elkaar bezochten en ook de Israëlische president Isaac Herzog afreisde naar de Turkse hoofdstad Ankara.