De Verenigde Staten hebben de uitbraak van apenpokken uitgeroepen tot een noodtoestand op het gebied van de volksgezondheid. Dat heeft minister van Volksgezondheid Xavier Becerra donderdag bekendgemaakt. Eerder al deed de wereldgezondheidsorganisatie WHO ongeveer hetzelfde.

De regering van president Joe Biden hoopt met de waarschuwing het bewustzijn over het virus te vergroten. Ook wil hij extra financiering vrijmaken om de verspreiding ervan te bestrijden. Eerder namen de staten New York, Californië en Illinois al soortgelijke beslissingen.

De WHO verklaarde op 23 juli apenpokken een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid. Dat deed de gezondheidsorganisatie na uitbraken in ongeveer zeventig landen waar het virus zich niet eerder verspreidde. De waarschuwing betekent niet dat het virus erg gevaarlijk is.

De VS heeft een beperkte voorraad Jynneos, het enige vaccin tegen apenpokken dat medicijnwaakhond FDA heeft goedgekeurd. De groep met het hoogste risico op de ziekte bestaat volgens de regering uit ongeveer 1,6 miljoen mensen, terwijl het land voldoende doses heeft om ongeveer 550.000 mensen te beschermen.

Ruim 6.600 Amerikanen kregen apenpokken sinds mei

De Amerikaanse regering had medio juli 156.000 vaccindoses tegen apenpokken over het hele land verdeeld. De VS heeft nog eens 2,5 miljoen doses besteld van het Jynneos-vaccin, dat gemaakt wordt door de in Denemarken gevestigde farmaceut Bavarian Nordic.

Sinds 18 mei zijn in de VS meer dan 6.600 gevallen van apenpokken bevestigd, waarbij de overgrote meerderheid zich voordeed bij mannen die seks hebben met mannen. Ook zijn minstens vijf gevallen van apenpokken bij kinderen gemeld.

Apenpokken is geen geslachtsziekte, maar verspreidt zich vooral via huid-op-huidcontact. Iedereen kan het virus oplopen, van een 'homoziekte' is dus geen sprake.

Het virus kan leiden tot koorts, gezwollen lymfeklieren, huiduitslag en vaak pijnlijke weefselschade die kan resulteren in littekens. Het virus wordt ook in verband gebracht met ernstigere complicaties bij kinderen, zwangere vrouwen en mensen met auto-immuunaandoeningen.