In Afghanistan wordt niet langer gezocht naar overlevenden van de aardbeving die woensdag zeker 1.150 mensen het leven heeft gekost. Dat meldt een hooggeplaatste regeringsfunctionaris vrijdag.

Volgens de Afghaanse autoriteiten zijn ongeveer tienduizend huizen verwoest of ernstig beschadigd geraakt. De aardbeving met een magnitude van 6.1 is de dodelijkste sinds 2002. Het epicentrum lag 44 kilometer van de zuidoostelijke stad Khost.

Ruim tweeduizend mensen raakten gewond, zei een woordvoerder van het ministerie van Rampenbestrijding. Volgens de zegspersoon kampt het land met een tekort aan medicijnen en andere noodzakelijke hulpgoederen.

In het gebied zijn hulpverleners van de Rode Halve Maan, de Afghaanse tak van het internationale Rode Kruis, aan het werk om de getroffenen van de aardbeving te helpen.

Eerder op vrijdag liet de Indiase regering weten dat een team naar Afghanistan is gestuurd om de aanvoer van hulpgoederen te coördineren. Ook Pakistan, Iran en Qatar zouden hulpgoederen hebben ingevlogen.

Andere landen, waaronder Noorwegen en Duitsland, willen alleen via de Verenigde Naties helpen. Op die manier willen ze voorkomen dat hulp in handen van de Taliban komt in plaats van bij de getroffen regio.

Afghanen vluchten per helikopter na zware aardbeving
41
Afghanen vluchten per helikopter na zware aardbeving