Amnesty beschuldigt leger Myanmar van oorlogsmisdrijven, executies en branden
Amnesty International beschuldigt het leger van Myanmar van oorlogsmisdrijven, executies, plunderingen en brandstichting. De mensenrechtenorganisatie ontdekte tijdens onderzoek steeds meer geweld in het land sinds de militaire staatsgreep van februari 2021. Amnesty spreekt van een burgeroorlog en roept de internationale gemeenschap ertoe op de crisis aan te pakken.
"Alarmbellen zouden moeten afgaan: het moorden, plunderen en platbranden zijn bekende tactieken van het leger van Myanmar om mensen collectief te straffen. Deze tactieken zijn vaak ingezet tegen verschillende etnische minderheden in het hele land", zegt Rawya Rageh van Amnesty International.
Volgens de organisatie heeft het leger van Myanmar zich de afgelopen maanden schuldig gemaakt aan systematische schendingen van de mensenrechten.
Amnesty heeft zich vooral op de twee oostelijke staten Kayin en Kayah gericht. Het stelt dat het leger zich daar schuldig maakt aan het onwettig doden, willekeurig vastzetten en gedwongen verplaatsen van burgers en het plunderen en platbranden van dorpen.

'Ze willen burgers bang maken'
1 februari 2021 nam het leger met een staatsgreep de macht over in Myanmar. De burgerregering van Aung San Suu Kyi werd afgezet omdat bij de verkiezingen van een paar maanden eerder massaal fraude was gepleegd volgens het leger. Als reactie daarop braken massale protesten uit, waarbij honderden mensen om het leven kwamen.
Het leven in Myanmar lijkt weer op dat onder de militaire dictatuur tussen 1962 en 2011. Dat regime werd gekenmerkt door corruptie, geweld en politieke repressie. Demonstranten verenigen zich nu in lokale milities die de confrontatie aangaan met het leger. Doordat die milities de steun van een groot deel van het volk genieten, blijven ze standhouden. Het leger reageert fel, waardoor er een burgeroorlog is ontstaan.
Leger zou etnische groepen straffen voor steun van milities
Uit het onderzoek van Amnesty komt naar voren dat het leger etnische groepen hard aanvalt. Zo worden Karen- en Karenni-burgers gestraft voor hun verzet en steun van de milities met lucht- en grondaanvallen, willekeurige arrestaties, martelingen en executies. Amnesty rapporteerde 24 aanvallen met artillerie of mortieren, waarbij burgers om het leven kwamen en gebouwen werden vernietigd.
Meer dan 150.000 mensen in de twee staten in Myanmar zijn ontheemd en op de vlucht geslagen. Amnesty slaat alarm en vindt dat donoren en humanitaire organisaties hun hulp aan burgers in het oosten moeten opvoeren en dat het leger alle beperkingen van hulpverlening moet opheffen.
Daarnaast wil de mensenrechtenorganisatie dat de internationale gemeenschap in actie komt. "De VN-Veiligheidsraad moet een uitgebreid wapenembargo instellen voor Myanmar en de situatie doorverwijzen naar het Internationale Strafhof."


