Er zijn geen aanwijzingen dat er in 2007 onrechtmatig op burgers is geschoten bij een incident tijdens de missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. Dat concludeert het Openbaar Ministerie (OM) dinsdag uit onderzoek naar het verhaal van een militair in Trouw.

De veteraan vertelde eind 2020 aan de krant dat hij met zijn eenheid op Afghaanse huizen zou hebben geschoten tijdens een missie in 2007. Hij zei dat hij de opdracht kreeg om te schieten op een gebied met huizen om te kijken of er een reactie zou komen via de walkietalkie. Dat ging volgens hem mis, waardoor hij op huizen vuurde.

Het OM liet vervolgens weten een onderzoek te openen naar de uitspraken van de man. Daaruit is gebleken dat de militair vertelde over een zogenoemde geweldsaanwending op 1 juli 2007. Daarbij werd op twee huizen geschoten en zouden mogelijk mensen gedood en gewond zijn geraakt.

Het OM heeft geen ondersteunend bewijs gevonden voor het verhaal van de man.

Vraag of er sprake was van gerechtvaardigd militair doel

Tijdens het onderzoek door de Koninklijke Marechaussee zijn onder meer getuigen gehoord, is informatie opgevraagd bij het ministerie van Defensie en zijn computergegevens in beslag genomen. Het onderzoek kan niet op alle punten uitsluitsel geven, erkent het OM. Toch zegt het dat er voldoende basis is om tot het besluit te komen de man en andere betrokkenen niet te vervolgen.

"De vraag die in dit licht moet worden beantwoord, is of de huizen of de personen die zich daar bevonden een gerechtvaardigd militair doel waren", laat een woordvoerder van het OM in een toelichting aan NU.nl weten. Het OM ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de beslissing om de locaties en personen destijds aan te merken als militair doel.

Het onderzoek maakte niet duidelijk of er gewonden en/of doden zijn gevallen, hoeveel dat er eventueel waren en of dit burgers of strijders waren.