Maria Alyokhina, de leider van de punkband Pussy Riot, heeft Rusland dinsdag verlaten, vertelt zij in een interview met The New York Times. De 33-jarige activiste stond onder politietoezicht, maar wist te ontkomen door zich te vermommen als maaltijdkoerier. Zij bereikte Litouwen via Belarus, met hulp van vrienden en een Europees land.

Alyokhina was in februari gearresteerd en vervolgens onder toezicht geplaatst. Het was de zoveelste stap van de Russische overheid tegen een lid van de groep die uiterst kritisch is over de machthebbers in het Kremlin.

In 2012 werd de activist veroordeeld tot twee jaar strafkamp omdat ze in een kerk met een zogeheten punkgebed had geprotesteerd tegen president Vladimir Poetin. Ze bleef kritiek leveren op de onderdrukking door Poetin.

De Russische machthebbers plaatsten meerdere leden van Pussy Riot op een lijst met zogenoemde buitenlandse agenten om hen te intimideren en hun invloed te beperken, aldus de oppositie.

Dreigende verbanning naar strafkolonie

Aloykhina zat in het afgelopen jaar zes keer vast, telkens voor vijftien dagen. In april lieten de autoriteiten weten dat haar huisarrest zou worden omgezet in een verblijf van 21 dagen in een strafkolonie. Daarop besloot zij dat het tijd was om Rusland - in elk geval tijdelijk - te verlaten.

Pussy Riot telt nu ongeveer twaalf leden. De groep bereidt zich voor op een tournee door Europa. In IJsland zal de groep optreden tijdens een evenement dat is georganiseerd door pro-Oekraïense activisten.