In navolging van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk roepen ook Duitsland en Australië hun ambassadepersoneel in Kiev gedeeltelijk terug. Nederland ziet nog altijd geen reden om medewerkers terug te halen uit de Oekraïense hoofdstad, zegt minister Wopke Hoekstra van Buitenlandse Zaken.

Het Oekraïense ministerie van Buitenlandse Zaken liet maandag weten dat het door Duitsland en Australië op de hoogte was gesteld. De Duitsers en Australiërs reageren daarmee op de toenemende spanningen tussen met name de VS en Rusland over de situatie in Oekraïne. Oekraïne zelf noemt het terugtrekken van ambassadepersoneel "voorbarig".

Personeel van de Nederlandse ambassade in Oekraïne dat naar Nederland terug wil, krijgt die kans, zei Hoekstra maandag na afloop van een overleg van de EU-ministers van Buitelandse Zaken. Ook de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken schoof aan bij dat overleg.

De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben veel grotere ambassades die niet zomaar geheel in veiligheid kunnen worden gebracht. Maar ook die sluiten hun deuren niet helemaal, zegt Hoekstra. Of de beslissing van onder meer Duitsland het Nederlandse standpunt verandert, is nog niet duidelijk.

Nederlanders in Oekraïne gevraagd om waakzaam te blijven

De keuze voor evacuatie is "een enorm dilemma", zegt Hoekstra. Te vroeg personeel terughalen zou olie op het vuur kunnen gooien van het al zo verhitte conflict tussen Rusland en het Westen. Maar te laat is ook een schrikbeeld, met de chaotische evacuatie uit de Afghaanse hoofdstad Kaboel afgelopen zomer nog zo vers in het geheugen.

Aan andere Nederlanders die in Oekraïne verblijven, vraagt Hoekstra om zich af te vragen of dat echt nodig is en om zelf goed op te letten of de toestand niet plotseling verslechtert. Hij benadrukt dat de val van Kaboel en de daaropvolgende ontruiming "echt anders" was.

Anders dan uit Afghanistan destijds kunnen Nederlanders voorlopig "zonder beperkingen" uit Oekraïne vertrekken. Het land deelt een grens en goede verbindingen met EU- en NAVO-landen als Polen en Roemenië.