De Soedanese premier Abdalla Hamdok is zondag afgetreden. Dat kondigde hij aan in een televisietoespraak. Op 21 november was hij als onderdeel van een politiek akkoord met het leger opnieuw aangetreden als premier.

Het leger in Soedan had Hamdok eind oktober afgezet en de noodtoestand uitgeroepen. De militairen stelden dat ze zo een burgeroorlog wilden voorkomen. Hamdok stond tot dat moment aan het hoofd van een overgangsregering waar zowel militairen als burgers deel van uitmaakten. Die regering moest Soedan naar vrije verkiezingen leiden nadat dictator Omar Al Bashir in 2019 was afgezet na massaprotesten.

Het optreden van het leger leidde tot grote protesten in Soedan, waarbij tientallen doden vielen. Ook was er veel internationale kritiek. Onder meer de Europese Unie en de Verenigde Staten eisten dat Hamdok zijn oude functie zou terugkrijgen. Het leger ging daar na bemiddeling door prominente Soedanezen uiteindelijk mee akkoord.

Twee doden bij protesten

Maar het heraantreden van Hamdok maakte geen einde aan de onrust in Soedan. Ook zondag gingen op meerdere plaatsen weer duizenden demonstranten de straat op. Ze schreeuwden "macht aan het volk" en eisten dat de regering alleen uit burgers moet bestaan en dus niet deels uit leden van het Soedanese leger.

Bij die protesten kwamen volgens medische hulpverleners twee demonstranten om het leven. Een van hen werd in zijn hoofd geschoten, de ander in zijn borst. Meerdere mensen raakten gewond.

Tijdens zijn televisietoespraak op zondag zei Hamdok dat een rondetafelgesprek nodig is om tot een nieuw akkoord te komen voor de overgang van Soedan naar een functionerende democratie.