De Republikeinse oud-politicus Bob Dole is zondag op 98-jarige leeftijd overleden, zo heeft de Elizabeth Dole Foundation bekendgemaakt.

Bob Dole was in de jaren tachtig en negentig leider van de Republikeinse fractie in de Senaat. In 1976 was hij de kandidaat van zijn partij voor het vicepresidentschap, in 1996 voor het presidentschap. Beide verkiezingen verloor hij.

Dole diende in het Amerikaanse leger ten tijde van de Tweede Wereldoorlog en vocht onder meer in Italië. Daar raakte hij dusdanig gewond dat zijn medesoldaten hem op het slagveld achterlieten, in de veronderstelling dat hij dood was. Door de verwondingen die hij daar opliep kon hij later zijn rechterarm niet meer gebruiken.

De huidige Amerikaanse president Joe Biden, een Democraat, noemde Dole in een reactie op zijn overlijden "een vriend", "een oorlogsheld" en "een Amerikaans staatsman zoals er maar weinig zijn geweest in onze geschiedenis". Biden heeft opdracht gegeven om de vlaggen op federale overheidsgebouwen, waaronder het Witte Huis, en legerbases tot en met donderdag halfstok te hangen.

Dole was een conservatieve Republikein, die zich hardmaakte voor het verkleinen van de overheid. In dat kader werkte hij in de jaren tachtig als meerderheidsleider in de Senaat nauw samen met de Republikeinse president Ronald Reagan. Toch was Dole juist ook vaak erg pragmatisch en werkte in de 35 jaar dat hij in het Congres zat regelmatig samen met de Democraten bij het opstellen van nieuwe wetgeving.

In 2016 was Dole voor het laatst prominent in het nieuws toen hij als een van de weinige oude kopstukken van de Republikeinse Partij zijn steun voor presidentskandidaat Donald Trump uitsprak. Hij was destijds, op bijna 93-jarige leeftijd, de enige voormalige presidentskandidaat die aanwezig was op het partijcongres waarop Trump officieel werd genomineerd.

In februari maakte Dole bekend dat hij aan longkanker leed. Aan de gevolgen van die ziekte is hij overleden.