Het geboortecijfer van China is in 2020 tot een historisch dieptepunt gezakt, blijkt uit woensdag door het Chinese nationale bureau voor statistiek bekendgemaakte cijfers. China maakte in 2016 een einde aan het geboortebeperkingsbeleid dat bedoeld was om de bevolkingsgroei te vertragen.

Vorig jaar registreerde China 8,52 geboorten per 1.000 mensen. Dat is een duidelijke daling ten opzichte van de 10,41 in 2019 en het laagste cijfer sinds de stichting van de Volksrepubliek China, in 1949.

Het aantal baby's in China daalt al jaren. Het land met 1,4 miljard inwoners vreest daardoor voor een "demografische tijdbom". Dat houdt in dat een kleinere groep werkenden een grotere groep gepensioneerden moet ondersteunen.

Dat was in het verleden wel anders. Om de bevolkingsgroei te vertragen, stelde de Chinese regering zelfs in dat stellen voortaan nog maar één kind mochten krijgen.

Sinds 2016 geen geboortebeperkingsbeleid meer

In 2016 werd aan dat beleid een einde gemaakt en sindsdien probeert China het aantal geboortes juist te stimuleren. Zo mochten stellen voortaan twee kinderen krijgen en werd dat begin 2020 uitgebreid naar drie kinderen.

De veranderingen hebben echter niet geleid tot de verhoopte babyboom, volgens deskundigen doordat de kosten van levensonderhoud stijgen en vrouwen steeds meer hun eigen keuzes maken wat betreft gezinsplanning.

De Chinese autoriteiten kondigden in september aan de toegang tot abortussen in het land te beperken. Peking hoopte hiermee de daling van geboortecijfers in het land tegen te gaan.

Ook het aantal huwelijken bereikte in 2020 een dieptepunt: slechts 8,14 miljoen koppels trouwden vorig jaar, het kleinste aantal in de afgelopen zeventien jaar. Die daling zou echter ook het gevolg kunnen zijn van de coronapandemie.