De demissionaire premier Mark Rutte heeft op de G20-top met de Turkse president Recep Tayyip Erdogan gesproken over diens dreigement om tien ambassadeurs het land uit te zetten, onder wie de Nederlandse. De ambassadeurs riepen Turkije op om de dissident Osman Kavala vrij te laten. Zo'n oproep doet Nederland de volgende keer gewoon weer, zei Rutte zaterdag tegen Erdogan.

"Ik heb hem nog eens uitgelegd dat als het Straatsburgse mensenrechtenhof uitspraken doet, dat Nederland zich dan altijd het recht voorbehoud om daar aandacht voor te vragen", zei de minister-president tegen de pers in Rome aan het einde van de G20-top. "Ik heb de president verteld dat we dat ook in de toekomst gaan doen."

Rutte legt uit dat Nederland en de andere westerse landen de oproep niet zien als "bemoeienis met interne aangelegenheden", maar als "het bevestigen van universelere waarden".

De ambassadeurs verklaarden uiteindelijk zich te blijven houden aan artikel 41 van het Verdrag van Wenen voor diplomatiek verkeer om zich niet te mengen in interne zaken. Daarop trok Erdogan de aangekondigde uitzetting in.

Rutte zei in Rome nog eens dat hij het er "echt niet mee eens" is dat de ambassadeurs zijn teruggekrabbeld. Vanuit de Tweede Kamer was flinke kritiek op de houding van de ambassadeurs, die volgens Ruttes eigen VVD als "teken van zwakte" zal worden gezien door landen als China en Rusland.

In het gesprek met Erdogan kwamen ook de "economische relatie", migratie en Afghanistan aan bod, aldus Rutte.