Bij zelfmoordaanslagen op een sjiitische moskee in de Afghaanse stad Kandahar zijn volgens plaatselijke meldingen zeker dertig mensen om het leven gekomen en tientallen mensen gewond geraakt. Het bloedblad zou zijn aangericht door twee terroristen die zich bij de ingang van de moskee opbliezen.

Een week geleden werd nog een aanslag gepleegd op een sjiitische moskee in Kunduz. Daarbij vielen zo'n 50 doden en 140 gewonden. De naar schatting negen miljoen sjiieten vormen een grote maar zwaar vervolgde minderheid in het 38 miljoen inwoners tellende land.

De aanslag van vrijdag werd gepleegd in het hart van het regime van de huidige machthebbers, de Taliban. Kandahar geldt als de wieg en het hoofdkwartier van de soennitische extremisten van de Taliban.

Sinds 2014 zijn er jihadisten in het land actief die wedijveren met de Taliban en zich Islamitische Staat in de Provincie Khorasan (ISKP) noemen. Het gaat om mogelijk drieduizend soennitische extremisten uit Pakistan en overgelopen Taliban-strijders. Deze terreurgroep is in oorlog met de Taliban en is al jaren berucht vanwege bloedige aanslagen op sjiieten.

De Taliban hebben de sjiitische minderheid tijdens hun schrikbewind in de jaren 1996 tot 2001 zelf ook vervolgd.