Slachtoffers van seksueel misbruik in de rooms-katholieke kerk kunnen het Vaticaan en de paus niet aanklagen. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft ze in het ongelijk gesteld.

De slachtoffers uit Nederland, België en Frankrijk voelen zich niet alleen door de daders, maar ook door de kerk beschadigd. Die sloot stelselmatig de ogen voor het misbruik, beschermde geestelijken die zich aan misbruik schuldig hadden gemaakt en liet slachtoffers in de kou staan.

De kerkleiding zetelt echter in het Vaticaan en dat valt - net als andere landen - niet onder de jurisdictie van een buitenlandse rechtbank, oordeelt ook het EHRM.

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens volgt daarmee een besluit van de Belgische rechter. Die oordeelde eerder dat het Vaticaan niet onder de eigen jurisdictie valt en dat oordeel is volgens het EHRM "niet onredelijk". Het besluit strookt namelijk met het internationaal recht en is dus niet buitenproportioneel. Het Vaticaan is immers een staat.

De slachtoffers kunnen nog in hoger beroep gaan.