Nobelprijs voor de Vrede naar Russische en Filipijnse journalist
De Nobelprijs voor de Vrede gaat naar de journalisten Maria Ressa en Dmitry Muratov. De prijs wordt toegekend aan mensen die vrede bevorderen. De nadruk ligt dit keer op het bestrijden van nepnieuws en beschermen van de vrijheid van meningsuiting. "Een moedige strijd", aldus voorzitter Berit Reiss-Andersen van het Noorse Nobelcomité.
Reiss-Andersen noemde de winnaars vertegenwoordigers van alle journalisten die zich inzetten voor dergelijke idealen "in een wereld waarin democratie en de vrijheid van de pers steeds meer onder druk komen te staan". Het was de eerste keer sinds 1935 dat de prijs is toegekend aan leden van de pers.
Het Kremlin heeft Muratov al gefeliciteerd
Zo publiceerde de krant na het neerhalen van vlucht MH17 in 2014 een verontschuldiging op de voorpagina. In een groot lettertype stond in het Nederlands "Vergeef ons, Nederland", met de Russische vertaling in kleine letters daaronder.
De Russische journalist kreeg na de uitreiking van de prijs meteen een compliment van de machthebbers in zijn thuisland. "We feliciteren hem", zei een woordvoerder van het Kremlin tegen de pers. "Hij is getalenteerd. Hij is moedig."
Deze inhoud kan helaas niet worden getoondWij hebben geen toestemming voor de benodigde cookies. Aanvaard de cookies om deze inhoud te bekijken.Navalny en Thunberg waren ook kanshebbers
Dit jaar maakten 234 mensen en 95 organisaties kans op de prijs. Onder de genomineerden waren ook de Russische oppositieleider Alexei Navalny en de Zweedse klimaatactiviste Greta Thunberg. Het comité houdt de namen van degenen die kandidaten voordragen minstens vijftig jaar geheim, maar zij kunnen ervoor kiezen hun keuze zelf bekend te maken.
Keuze van de jury soms omstreden
In het verleden is er meerdere keren kritiek geweest op de keuze van de jury. In 1973 won de Amerikaanse politicus Henry Kissinger de prijs. Hij was echter verantwoordelijk voor de bombardementen op Cambodja in 1969 en 1970, waarbij circa 800.000 burgers zijn gedood.
In 1994 werd de prijs toegekend aan onder anderen Yasser Arafat, die later door onder meer Israël van terrorisme werd beschuldigd.

