De Oostenrijkse bondskanselier Sebastian Kurz wordt verdacht van corruptie en omkoping. Hij is samen met negen andere personen onderwerp van onderzoek door aanklagers die zich speciaal met corruptie bezighouden. Nu vanuit de oppositie de roep klinkt om het aftreden van de christendemocraat, houden waarnemers rekening met een politieke crisis.

Eerder op de dag werd bekend dat de Oostenrijkse politie in verband met het onderzoek huiszoekingen heeft gedaan. Die vonden plaats op de werkplekken van naaste medewerkers van Kurz in het hoofdkwartier van de christendemocraat. Ook in het kantoor van de partij van Kurz, de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP), het ministerie van Financiën en het kantoor van een mediagroep zijn doorzoekingen geweest.

Het ministerie van Financiën blijkt advertenties in een Oostenrijkse krant te hebben gekocht in ruil voor berichtgeving ten gunste van de ÖVP en "verfraaide opiniepeilingen". Kurz zou vanaf 2016 bij het misbruik van belastinggeld betrokken zijn geweest, toen nog als minister van Buitenlandse Zaken.

De agenten richtten hun vizier op onder anderen de woordvoerder van Kurz (Johannes Frischmann), zijn mediacoördinator (Gerald Fleischmann) en zijn voornaamste politieke strateeg (Stefan Steiner).

ÖVP-vicevoorzitter Gaby Schwarz reageerde verontwaardigd op de huiszoekingen. Ze zei dat die zijn gebaseerd op een reeks valse beschuldigingen en verdraaiingen van de werkelijkheid van gebeurtenissen van vijf jaar geleden. Het onderzoek is volgens haar onderdeel van een politieke campagne om de ÖVP enorme schade te berokkenen.

De Groenen, de coalitiepartner van de ÖVP, tikten de christendemocraten meteen op de vingers voor hun kritiek op het onderzoek. Dergelijke "aanvallen op de rechterlijke macht" kunnen echt niet, meende vicekanselier en Groenen-kopstuk Werner Kogler.