De Peruaanse autoriteiten hebben besloten om het lichaam van de eerder deze maand overleden guerrillaleider Abimael Guzmán te cremeren en zijn as uit te strooien op een geheime locatie. Daarmee komt er een einde aan een wekenlange discussie over wat te doen met het lichaam van de oprichter van de terreurgroep Sendero Luminoso (Lichtend Pad), die in de jaren tachtig en negentig verantwoordelijk was voor naar schatting 70.000 doden in het Latijns-Amerikaanse land.

Guzmán overleed op 11 september op 86-jarige leeftijd in de extra beveiligde gevangenis op de Peruaanse marinebasis Callao, maar de regering wist daarna niet wat ze met zijn lichaam moest doen.

Nabestaanden van Guzmán wilden hem cremeren en de as bewaren, terwijl de autoriteiten zijn as wilden uitstrooien op een geheime locatie om te voorkomen dat er een herdenkingsplaats zou komen voor aanhangers.

Een nieuwe wet die op 16 september werd aangenomen maakt dat voor de autoriteiten nu mogelijk. Door de wet mogen autoriteiten bepalen wat er met de as van voor terrorisme veroordeelde personen mag gebeuren. In een verklaring laat de Peruaanse procureur-generaal weten dat Guzmán binnen 24 uur wordt gecremeerd.

Guzmán heeft betrokkenheid bij aanslag altijd ontkend

Guzmán werkte in de jaren zestig als hoogleraar filosofie aan de universiteit van Ayacucho. Later ging hij ondergronds en richtte hij de rebellenorganisatie Sendero Luminoso op. In 1992 werd hij gearresteerd in Lima en veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens een bloedige bomaanslag in de Peruaanse hoofdstad, waarbij 25 doden en 155 gewonden vielen.

De rebellenleider heeft altijd ontkend verantwoordelijk te zijn geweest voor de aanslag, maar werd in september 2018 opnieuw tot levenslang veroordeeld. Tussen 1980 en 2000 kwamen bijna 70.000 mensen om het leven bij botsingen tussen Sendero Luminoso en staatstroepen.

Hoewel bijna alle leiders van Sendero Luminoso achter de tralies zitten, zijn er nog steeds strijders verspreid in geïsoleerde bos- en berggebieden. De autoriteiten schatten hun aantal eerder dit jaar op 350 en beschuldigen hen van samenwerking met drugshandelaars.