De vier Palestijnse families die uit hun woningen in de wijk Sheikh Jarrah in Oost-Jeruzalem dreigen te worden gezet, hebben een voorstel van de hoogste Israëlische rechter afgewezen, meldt BBC News dinsdag. De zaak leidde in mei tot de ernstigste gewapende conflicten tussen Israël en de Palestijnen sinds jaren.

In het juridische conflict tussen de Palestijnse bewoners en Nahalat Shimon, de organisatie die hun huizen claimt, stelde het Israëlische hooggerechtshof voor dat de bewoners voorlopig in de huizen mogen blijven. Hiervoor hoefden ze volgens NRC slechts een symbolische huur te betalen. De vier Palestijnse families zouden echter geen eigendomsrechten krijgen en moesten erkennen dat dat recht toebehoort aan de Israëlische organisatie.

De advocaat van de families wees het voorstel in de zich al bijna dertig jaar voortslepende zaak namens de families af. Zijn cliënten willen dat het door hen geclaimde eigendomsrecht wordt erkend.

Muhammad El Kurd, een van de familieleden, zegt dat de bewoners onder grote druk stonden om tot een oplossing te komen. Zijn advocaat heeft die hoop nog niet opgegeven.

Uitzettingszaak leidde tot gewapend conflict en honderden doden

De slepende juridische strijd tussen de families en Nahalat Shimon was een van de aanleidingen van elf dagen van gewapende conflicten tussen de Palestijnen en Israël. Daarbij vielen honderden doden en gewonden.

Joodse kolonisten claimen dat de huizen voor 1948 in het bezit waren van Joodse families. Nadat het gebied door Jordanië was bezet, werden de woningen onteigend. Tijdens de jaren tachtig besloot een Israëlische rechtbank dat de Palestijnen in de huizen mochten blijven wonen, maar wel huur moesten betalen en de monumentale panden niet mochten verbouwen. Dat werd niet nageleefd, zeggen de nazaten van de Joodse huiseigenaren.

De Palestijnen voeren aan dat Oost-Jeruzalem Palestijns grondgebied is, dat volgens de internationale gemeenschap onrechtmatig wordt bezet door Israël. Verder vinden ze het oneerlijk dat Palestijnen wettelijk geen aanspraak kunnen maken op bezittingen van voor 1948.

Staakt-het-vuren na elf dagen

Israël en de Palestijnen bekrachtigden op 20 mei een staakt-het-vuren. De Palestijnse groepering Hamas bevestigde dat beide partijen ermee akkoord zijn gegaan. De beweging Islamitische Jihad die Israël ook aanviel, heeft eveneens ingestemd met het staakt-het vuren.

De Amerikaanse president Joe Biden sprak zijn steun voor het staakt-het-vuren uit. Volgens Biden is er een "oprechte kans" dat de wapenstilstand tot een stap richting vrede tussen Israël en de Palestijnen leidt.