De Hongaarse premier Viktor Orbán gaat een omstreden wet, die het 'promoten' van homoseksualiteit en het veranderen van sekse verbiedt, in een referendum voorleggen aan de Hongaarse bevolking.

De conservatieve Orbán reageert daarmee op kritiek van de Europese Unie, die druk uitoefent om de wet te schrappen. Veel EU-lidstaten vinden de wet discriminerend tegen homo's, omdat aandacht voor de lhbti-gemeenschap in de media, het onderwijs en de politiek wordt verboden.

De Hongaarse regering stelt dat de wet enkel kinderen en tieners wil beschermen tegen "seksuele propaganda". Orbán vindt dat de EU zijn boekje te buiten gaat door zich met de wetgeving in zijn land te bemoeien en dat de unie machtsmisbruik pleegt. De Europese Commissie dreigt met sancties zoals het korten op EU-subsidies.

Orbán beschouwt de Europese bezwaren als een aanval op zijn democratisch gekozen conservatieve regering. Het Hongaarse parlement van 199 zetels heeft de wet recent met een meerderheid van 157 parlementariërs aangenomen. Orbáns partij Fidesz is met bijna driekwart van de zetels verreweg de grootste partij in het parlement.

Het is niet duidelijk of de wet inderdaad geschrapt kan worden, al lijkt de kans sowieso klein dat de Hongaarse bevolking de wet wegstemt. De in Hongarije populaire Orbán stelde de uitslag van het referendum niet te vrezen.

Het referendum kan worden gezien als een graadmeter voor de parlementsverkiezingen, die in de lente van 2022 moeten plaatsvinden. Orbán hoopt dan voor de vijfde keer tot premier gekozen te worden.