De Colombiaanse president Iván Duque zegt dat de helikopter waarin hij zat vrijdag vlak bij de grens met Venezuela is beschoten. Hij en de andere inzittenden raakten niet gewond.

"Het is een laffe aanval, we zien kogelgaten in het presidentiële toestel", aldus de president in een verklaring. Volgens Duque heeft zijn veiligheidsdienst "iets dodelijks" voorkomen.

De helikopter zou zes keer zijn geraakt. Aan boord waren ook minister Diego Molano Vega van Defensie, minister Daniel Palacios van Binnenlandse Zaken en de gouverneur van de provincie Norte de Santander, Silvano Serrano Guerrero.

Ze waren net vertrokken uit Sardinata, in de regio Catatumbo, waar ze sociale investeringsprojecten en de strijd tegen de drugshandel in dat grensgebied met Venezuela evalueerden.

Op weg naar de grensstad Cúcuta kwamen ze onder vuur te liggen. "We zijn niet bang voor geweld of terreurdaden. Onze staat is sterk en Colombia is sterk genoeg om dit soort dreigingen het hoofd te bieden", aldus de president.

De regeringshelikopter zou zeker zes keer zijn beschoten.

De regeringshelikopter zou zeker zes keer zijn beschoten.
De regeringshelikopter zou zeker zes keer zijn beschoten.
Foto: Gobierno de Colombia

Guerrillaorganisaties actief in Oost-Colombia

In het gebied zijn guerrillaorganisatie ELN (Nationaal Bevrijdingsleger) en splintergroeperingen van rebellenorganisatie FARC actief. ELN is een linkse groepering die voornamelijk aanvallen uitvoert in het oosten van Colombia. De groepering bestaat uit zo'n vijfduizend strijders.

De FARC (Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia) was voorheen de grootste guerrillaorganisatie, maar sloot in 2016 een vredesakkoord met de regering en legde de wapens neer. Splintergroeperingen van FARC negeren het akkoord echter.