De ultraconservatieve opperrechter Ebrahim Raisi heeft zoals verwacht de presidentsverkiezingen in Iran gewonnen. De relatief gematigde kandidaat Abdolnasser Hemmati en de vertrekkende president Hassan Rouhani hebben hem gefeliciteerd met zijn overwinning.

Volgens de eerste officiële uitslagen heeft Raisi zeker 17,8 van de 28,6 miljoen uitgebrachte stemmen gekregen. Dat is meer dan 60 procent van de stemmen. Er werd een lagere opkomst verwacht.

De Iraniërs lijden al jaren onder een diepe economische crisis en de hoop op veranderingen via verkiezingen is verdampt. De onderdrukking van de oppositie is in de afgelopen acht jaar onder de 'gematigde' Rouhani nog steeds hevig geweest.

Het regime stond slechts een handvol presidentskandidaten toe mee te doen. Waarnemers schatten dat de opkomst niet hoger is geweest dan 40 procent. In 2017 was dat volgens officiële cijfers nog 70 procent. Raisi verloor toen van Rouhani.

Strijder binnen het Iraanse regime

De zestigjarige Raisi heeft vanaf jonge leeftijd carrière gemaakt binnen justitie in Iran, waar sinds 1979 de conservatieve sjiitische geestelijkheid heerst. Hij werd twee jaar geleden door de machtigste man van het land, de ayatollah Ali Khamenei, tot voorzitter van het hooggerechtshof benoemd.

Raisi heeft naar verluidt onder meer als aanklager in Teheran in 1988 een leidende rol gespeeld bij een golf van executies van politieke tegenstanders. Daarbij werden volgens mensenrechtenorganisaties in vijf maanden tijd duizenden mensen in heel het land vermoord.

Waarnemers menen dat de 82-jarige Khamenei met zijn vertrouweling Raisi een nieuwe fase van de Islamitische Revolutie wil inluiden, die de greep van de ayatollahs op de samenleving nog verder verstevigt.