De Filipijnse autoriteiten zullen geen medewerking verlenen aan een eventueel onderzoek door het Internationaal Strafhof (ICC) naar de drugsoorlog in het land, heeft een woordvoerder van president Rodrigo Duterte dinsdag gezegd.

"We zullen niet meewerken omdat we niet langer lid zijn van het strafhof", aldus Dutertes woordvoerder. Het Aziatische land zegde in maart 2019 zijn lidmaatschap op van het ICC, dat is gevestigd in Den Haag.

De aanleiding daarvoor was een vooronderzoek door vertrekkend hoofdaanklager Fatou Bensouda naar mogelijke buitengerechtelijke executies bij de oorlog tegen drugs. Duterte dreigde daarnaast de Gambiaanse advocaat te arresteren als ze ooit een voet in de Filipijnen zou zetten.

Maandag maakte Bensouda bekend dat het ICC een officieel onderzoek wil starten naar de omstreden oorlog tegen drugs. Daarbij zouden volgens haar Filipijnse politiemensen en medestanders van de president verantwoordelijk zijn voor de dood van duizenden burgers.

'Misdaden tegen de menselijkheid'

De aanklager zegt dat er na vooronderzoek voldoende reden is om aan te nemen dat sprake is geweest van misdaden tegen de menselijkheid. Bensouda noemt geen exact dodental, maar schat dat tussen 1 juli 2016 en 16 maart 2019 meerdere duizenden tot tienduizenden burgers op illegale wijze zijn gedood.

De Filipijnen liggen internationaal al jaren onder vuur vanwege de snoeiharde aanpak van drugscriminaliteit onder president Duterte. Dat diens regering het hof heeft verlaten is volgens Bensouda geen belemmering, omdat de strafbare feiten gepleegd zouden zijn toen het land nog wel deel uitmaakte van het ICC.

Bensouda vertrekt na volgende week bij het ICC omdat haar ambtstermijn erop zit. Ze wordt opgevolgd door de Britse mensenrechtenadvocaat Karim Khan.