De afname van het aantal kernwapens lijkt te zijn gestagneerd, meldt het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) maandag in zijn jaarlijkse rapport. Er zijn volgens de onderzoekers zelfs signalen van een toename.

"De afname van het wereldwijde kernwapenarsenaal, waar we sinds het einde van de Koude Oorlog aan gewend zijn geraakt, lijkt af te vlakken", stelt onderzoeker Hans Kristensen van SIPRI tegenover persbureau AFP.

De negen landen met nucleaire wapens - de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, India, Pakistan, Israël en Noord-Korea - hadden volgens een schatting van SIPRI aan het begin van 2021 in totaal 13.080 kernwapens in hun bezit. Dat zijn er iets minder dan een jaar eerder, toen het 13.400 atoomwapens betrof.

Dit aantal omvat echter ook kernkoppen die niet meer worden gebruikt en nog ontmanteld worden. Zonder deze kernkoppen waren er begin dit jaar in totaal 9.620 nucleaire wapens, tegenover 9.380 vorig jaar. In diezelfde periode groeide het aantal kernwapens dat operationele strijdkrachten inzetten van 3.720 naar 3.825. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om wapens die op raketten gemonteerd zijn of op actieve legerbases worden bewaard.

Volgens het rapport zijn de landen met nucleaire wapens en andere landen bezig met "uitgebreide en dure moderniseringsprogramma's". Het belang dat landen aan kernwapens hechten, lijkt toe te nemen. Dit is onder meer te zien bij Rusland en de Verenigde Staten, die samen meer dan 90 procent van de kernwapens bezitten. Beide landen zetten aan het begin van 2021 ongeveer 50 procent meer kernkoppen operationeel in dan een jaar eerder.