Het aantal kinderen dat wereldwijd wordt gedwongen tot kinderarbeid is de afgelopen vier jaar met 8,4 miljoen toegenomen tot 160 miljoen. Dat melden de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) en UNICEF donderdag bij de publicatie van het rapport Kinderarbeid: De wereldwijde verwachting, trend en toekomst.

De organisaties spreken van een zorgelijke trend. Tussen 2000 en 2016 daalde de hoeveelheid tot werk gedwongen kinderen met 94 miljoen. Aan die dalende trend komt dus na twintig jaar een einde.

Vooral in Sub-Saharisch Afrika zou een toename van het aantal kinderen in kinderarbeid zijn gesignaleerd. In de afgelopen vier jaar steeg dat aantal met 16,6 miljoen. Als oorzaken worden bevolkingsgroei, crises, extreme armoede en ontoereikende beschermingsmaatregelen genoemd.

“Coronapandemie dwingt gezinnen hartverscheurende keuzes te maken”
UNICEF-directeur Henrietta Fore

UNICEF en ILO waarschuwen voor het effect dat de coronapandemie kan hebben op het uitbuiten van kinderen. "Het afgelopen jaar heeft de strijd tegen kinderarbeid er niet eenvoudiger op gemaakt", aldus UNICEF-directeur Henrietta Fore. "Gezinnen worden gedwongen om hartverscheurende keuzes te maken."

In Azië, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied - waar de afgelopen jaren flinke stappen werden gezet - dreigt de vooruitgang in gevaar te komen door de coronapandemie. Als gevolg van de coronacrisis zouden eind 2022 wereldwijd nog eens negen miljoen kinderen gedwongen kunnen worden tot werk.

Door schade aan economie moeten kinderen langer werken

De economische schade die geleden wordt door de pandemie én de sluiting van scholen zouden bovendien kunnen betekenen dat de kinderen die nu tot kinderarbeid worden gedwongen, langer door moeten werken. Het werk dat zij moeten uitvoeren kan bovendien gevaarlijker worden, waarschuwen de organisaties.

In de afgelopen vier jaar zouden vooral vijf- tot elfjarigen meer aan het werk zijn gezet. In totaal valt iets meer dan de helft van alle 160 miljoen kinderen in die leeftijdsgroep. Zo'n 79 miljoen kinderen in de leeftijd van vijf tot zeventien jaar verrichten werkzaamheden die waarschijnlijk hun lichamelijke of geestelijke gezondheid in gevaar brengen. Dat aantal steeg sinds 2016 met 6,5 miljoen kinderen.

Meisjes worden in vrijwel elke leeftijdsgroep vaker tot werk gedwongen dan jongens. Dat komt vooral omdat zij ook vaak de huishoudelijke taken moeten doen, waardoor de genderkloof tussen jongens en meisjes groter wordt.

"Die cijfers schudden ons wakker. We kunnen niet toekijken terwijl een nieuwe generatie kinderen in gevaar wordt gebracht", aldus directeur-generaal Guy Ryder namens ILO. De organisaties pleiten voor betere sociale bescherming van kinderen, universele kinderbijslag en meer geld naar onderwijs.

Ook zou er beter werk moeten komen voor volwassenen, zodat zij niet hun kinderen hoeven in te zetten om voldoende inkomen te verwerven. Daarnaast zou er een einde moeten komen aan gendernormen en discriminatie die volgens ILO en UNICEF van invloed zijn op kinderarbeid.