Bij een internaat in Canada waar tussen 1890 en 1969 kinderen uit minderheidsgroepen werden ondergebracht, zijn deze week de stoffelijke resten van 215 jongeren ontdekt. Premier Justin Trudeau zei vrijdag op Twitter dat het nieuws hem het hart brak.

De overblijfselen werden aangetroffen tijdens radaronderzoek in de buurt van de stad Kamloops in de provincie Brits-Columbia, zei Rosanne Casimir, die een groep oorspronkelijke bewoners vertegenwoordigt. Volgens haar waren sommige kinderen maar drie jaar oud en zijn de sterfgevallen nooit gedocumenteerd.

Canada telde in de vorige eeuw veel onderwijsinstellingen waar inwonende kinderen soms met harde hand werden opgevoed. Het internaat in Kamloops werd namens de overheid gerund door de katholieke kerk. Er werden onder anderen jongeren die tot de Inuit-minderheid behoorden geplaatst. Zij werden daar vervolgens ontdaan van hun cultuur en taal.

"Het is een pijnlijke herinnering aan dit duistere en schaamtevolle hoofdstuk in de geschiedenis van ons land", aldus Trudeau.

Eerder identificeerde een waarheidscommissie zeker 3.200 kinderen die zijn gestorven door verwaarlozing op een internaat. De regering heeft in 2008 formeel spijt betuigd voor deze "culturele genocide" en een schikking getroffen met de slachtoffers.