De staatsombudsman van Israël opent een onderzoek naar de verdrukking tijdens een religieus festival op de Meronberg, waarbij afgelopen vrijdag 45 ultraorthodoxe joden om het leven kwamen.

"Dit incident had voorkomen kunnen worden", zei ombudsman Matanyahu Englman maandag op een persconferentie in Jeruzalem.

Volgens Englman zal zijn onderzoek vooral gericht zijn op de handelingen van de lokale overheid, de politie en reddingswerkers ter plekke.

De verdrukking, de dodelijkste ramp in de geschiedenis van Israël, gebeurde op de vrijdagochtend tijdens het festival Lag BaOmer op de Meronberg in het noorden van het land. Volgens de overlevering is dat de laatste rustplaats van de prominente rabbi Shimon bar Yochai, die in de tweede eeuw leefde.

Ramp woekert discussie over rol ultraorthodoxe minderheid aan

De ramp dient als brandstof voor een slepende discussie over de rol van de ultraorthodoxe minderheid in Israël. Sommige ultraorthodoxe leiders verwerpen het gezag van de Israëlische staat. Daarnaast klagen politie en zorgverleners al jaren dat de locatie niet veilig genoeg is voor massabijeenkomsten.

Het festival Lag BaOmer trok zo'n honderdduizend bezoekers. De meesten van hen zijn ultraorthodoxe joden. Israëlische media melden dat ultraorthodoxe politici premier Benjamin Netanyahu onder druk hebben gezet, omdat ze af wilden van de beperking van het aantal deelnemers.

Zo kon het gebeuren dat het festival door zoveel mensen werd bijgewoond, terwijl de coronaregels voorschrijven dat bijeenkomsten van meer dan vijfhonderd personen in de buitenlucht niet zijn toegestaan.

Israëliërs in de verdrukking door paniek op joods festival
45
Israëliërs in de verdrukking door paniek op joods festival