Brits-Iraanse hulpverlener in Iran moet maand na vrijlating opnieuw cel in
De Brits-Iraanse hulpverlener Nazanin Zaghari-Ratcliffe moet opnieuw in Iran de cel in, hoewel ze pas sinds kort weer op vrije voeten was. Ook mag ze een jaar lang het land niet uit, meldt haar advocaat maandag. Onder protest van de Britse regering zat de vrouw eerder al een jarenlange celstraf uit in Iran.
De rechtbank in de Iraanse hoofdstad Teheran legt Zaghari-Ratcliffe een nieuwe celstraf van een jaar op. Dat gebeurt op basis van nieuwe beschuldigingen van "het verspreiden van propaganda tegen de Islamitische Republiek". De rechter verwees naar haar deelname aan een protest voor de Iraanse ambassade in Londen in 2009.
De Britse premier Boris Johnson zei maandag dat de Britse regering "heel hard werkt" om de vrouw vrij te krijgen.
De 43-jarige projectmanager bij de liefdadigheidsinstelling Thomson Reuters Foundation werd vijf jaar geleden ook al veroordeeld voor het verspreiden van propaganda, evenals spionage en samenzwering om het Iraanse regime omver te werpen.
Begin maart kwam Zaghari-Ratcliffe vrij. Enkele uren na het bericht van haar vrijlating ontving ze echter een nieuwe oproep om in de rechtbank te verschijnen.
Vanwege zorgen over een corona-uitbraak in de gevangenis zat Zaghari-Ratcliffe het laatste deel van haar vorige straf in huisarrest uit en droeg ze een enkelband.
Vrouw zou slachtoffer zijn van vermeende miljoenschuld
Het Verenigd Koninkrijk en haar familie hebben de beschuldigingen aan het adres van Zaghari-Ratcliffe altijd ontkend. De Britse regering riep het Iraanse regime onlangs op om Zaghari-Ratcliffe zo snel mogelijk terug naar huis te laten gaan en noemde de behandeling van de vrouw in Iran "ondraaglijk".
Volgens de directeur van de Britse tak van Amnesty, Kate Allen, was Zaghari-Ratcliffe een "gewetensgevangene", die werd veroordeeld "na een oneerlijke rechtszaak" en nooit gevangengezet had mogen worden.
Sommige deskundigen beweren dat Zaghari-Ratcliffe het onschuldige slachtoffer is van een lang lopend geschil tussen het VK en Iran over een schuld van ongeveer 400 miljoen pond (omgerekend zo'n 460 miljoen euro), die Londen verschuldigd zou zijn aan Teheran.
Het zou gaan om geld dat de inmiddels overleden oud-sjah van Iran, Mohammad Reza Pahlavi, in 1979 (vóór de Iraanse revolutie) betaalde voor Britse tanks die nooit zouden zijn geleverd.
