De Amerikaanse president Joe Biden heeft zaterdag de massamoord op de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk tijdens de Eerste Wereldoorlog als genocide bestempeld. Dat deed hij in een statement naar aanleiding van de Armeense Herdenkingsdag, die elk jaar op 24 april gehouden wordt. Biden is de eerste Amerikaanse president in veertig jaar die deze stap zet.

In 1981 nam toenmalig president Ronald Reagan ook al eens het woord genocide in de mond. De erkenning van de Armeense genocide is tegen het zere been van NAVO-bondgenoot Turkije. Volgens de Turken was er geen sprake van geplande vernietiging van een volk.

Om die reden gingen de voorgangers van Biden het stempel van genocide uit de weg. Ook de Nederlandse regering houdt een slag om de arm en formuleert de genocide formeel nog altijd als "de kwestie van de Armeense genocide".

De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Çavusoglu reageerde zaterdag vrijwel direct door te stellen dat Turkije het besluit van Biden verwerpt. Volgens Çavusoglu is de verklaring van de Amerikaanse president "populistisch". Ook de Turkse oppositie heeft kritisch gereageerd op de verklaring van Biden. De Armeense premier Nikol Pashinyan spreekt daarentegen van een "krachtige stap".

De Amerikaanse president sprak vrijdag al met zijn Turkse ambtgenoot Recep Tayyip Erdogan, naar verluidt om hem te informeren over zijn besluit om de massamoord op de Armeniërs tijdens de Eerste Wereldoorlog als genocide te erkennen. Volgens Armenië kwamen destijds anderhalf miljoen Armeniërs om het leven.

De Turkse regering stelt dat de Armeniërs het slachtoffer zijn geworden van oorlogsgeweld en honger in het toenmalige Ottomaanse Rijk, voorloper van het huidige Turkije. De Ottomanen vochten destijds tegen Rusland in de regio die nu Armenië is. Volgens de Turken begingen alle partijen wreedheden.